ECLI:NL:RBSHE:2010:BN8778

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
217763 - KG ZA 10-617
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot afgifte kinderen uit gezinshuis in België wegens ontbreken spoedeisend belang

Deze zaak betreft vier kinderen die onder toezicht of voogdij staan van Bureau Jeugdzorg en verblijven in het gezinshuis De Parel te Hechtel, België. Stichting Tender ontvangt subsidie van de Provincie Noord Brabant voor de zorg aan deze kinderen en had tot 1 juli 2010 een overeenkomst met De Parel voor de bekostiging van het verblijf. De Minister voor Jeugd en Gezin heeft een nieuw beleid ingevoerd dat langdurig verblijf van kinderen in het buitenland niet wenselijk acht, waardoor Bureau Jeugdzorg De Parel heeft geïnformeerd dat de kinderen zouden moeten worden overgeplaatst.

Tender vordert in kort geding de afgifte van de kinderen, omdat zij geen nieuwe overeenkomst met De Parel heeft kunnen sluiten. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat Tender te snel tot deze conclusie is gekomen en dat er nog overleg mogelijk is. Bovendien ontbreekt een spoedeisend belang, aangezien de kinderen in het gezinshuis op hun plaats zijn en het hen daar goed gaat.

De voorzieningenrechter stelt dat overplaatsing alleen aan de orde is indien voortzetting van het verblijf niet kan worden bekostigd en een deugdelijk alternatief beschikbaar is dat vergelijkbaar is en waarin de kinderen op hun plaats zullen zijn. De vordering wordt afgewezen en Tender wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Stichting Tender tot afgifte van de kinderen uit het gezinshuis De Parel wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 217763 / KG ZA 10-617
Vonnis in kort geding van 3 september 2010
in de zaak van
de stichting
STICHTING TENDER,
gevestigd te Breda,
eiseres,
advocaat mr. C.M.J. Peeters te Oosterhout,
tegen
de stichting
STICHTING DE PAREL,
gevestigd te Valkenswaard,
gedaagde,
advocaat mr. I.L. van Groningen te Breda.
Partijen zullen hierna Tender en De Parel genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 31 augustus 2010
- de pleitnota van Tender
- de pleitnota van De Parel.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. [A], [B] en [C] zijn onder toezicht gesteld met een machtiging tot uithuisplaatsing. [D] staat onder voogdij van Bureau Jeugdzorg. Ten aanzien van de hiervoor genoemde kinderen (hierna: de kinderen) zijn door Bureau Jeugdzorg indicatiebesluiten genomen. In de respectieve indicatiebesluiten is steeds geadviseerd dat (onder andere) “Tender Jeugdzorg gezinshuis de Parel in Hechtel”, “Tender (Stichting De Parel)”, dan wel “Tender” zorg kan verlenen. De kinderen verblijven al geruime tijd in het gezinshuis van De Parel in Hechtel (België). De kinderen zijn in het gezinshuis op hun plaats en het gaat hen daar goed.
2.2. De Provincies zijn verantwoordelijk voor de financiering van de jeugdzorg. Met
betrekking tot de kinderen krijgt Tender subsidie van de Provincie Noord Brabant (hierna: de Provincie). Tender had tot 1 juli 2010 een overeenkomst met De Parel op grond waarvan het verblijf van de kinderen in het gezinshuis van De Parel werd bekostigd.
2.3. De Minister voor Jeugd en Gezin (hierna: de Minister) is (thans) van oordeel dat
het niet wenselijk is dat kinderen zoals de kinderen gedurende langere tijd in het buitenland verblijven. De Minister schrijft in zijn brief van 11 mei 2010 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer onder andere: “Tijdens het spoeddebat buitenlands zorgaanbod (d.d. 10 februari 2010) sprak ik onder meer met u over Stichting De Parel. De provincie Noord-Brabant was in de veronderstelling dat er geen jongeren met een jeugdzorgindicatie verbleven bij De Parel. Begin maart heeft de inspectie mij geïnformeerd dat dit niet het geval bleek te zijn. De provincie heeft direct met de plaatsende instanties een plan van aanpak gemaakt om de jongeren die nu nog in België verblijven, elders onder te brengen. Tevens heeft de provincie in gesprekken met de zorgaanbieders en het bureau jeugdzorg expliciet aangegeven dat er geen nieuwe jongeren meer worden geplaatst bij Stichting de Parel”.
2.4. Als gevolg van het (nieuwe) beleid van de Minister heeft Bureau Jeugdzorg De
Parel geïnformeerd dat de kinderen door De Parel zouden moeten worden afgegeven. De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Breda heeft in een kort geding tussen De Parel, Ingrid Koopman en Cornelis Koopman enerzijds en Bureau Jeugdzorg anderzijds met betrekking tot drie van de kinderen op 7 juli 2010 bepaald dat drie van de vier kinderen niet worden overgeplaatst naar een andere locatie.
2.5. Tender krijgt alleen subsidie van de Provincie als zij voldoet aan de daarvoor
gestelde voorwaarden van de Provincie. De Provincie vindt het niet wenselijk dat kinderen zoals de kinderen langdurig in het buitenland verblijven. Tender is bereid om een kortlopende overeenkomst betreffende de kinderen met De Parel te sluiten. De Parel is (tot op heden) niet bereid de voorgestelde overeenkomst te ondertekenen omdat zij de duur van de voorgestelde overeenkomst te kort vindt en zij meent dat het toezicht niet goed wordt geregeld.
2.6. De kinderen zouden in het geval zij vanuit België naar Nederland zouden worden overgeplaatst vanaf 6 september 2010 in Nederland naar school dienen te gaan.
3. Het geschil
3.1. Tender vordert samengevat – de veroordeling van De Parel de kinderen terug te brengen naar het adres [adres] onder verbeurte van een dwangsom met veroordeling van De Parel in de kosten van de procedure.
3.2. De Parel voert verweer.
3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Omdat het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Breda van 7 juli 2010 niet jegens Tender ten uitvoer kon worden gelegd, had Tender geen belang bij derdenverzet tegen dat vonnis. Het verweer dat Tender niet ontvankelijk is in haar vordering omdat zij derdenverzet had kunnen instellen faalt dan ook.
4.2. Tussen partijen staat vast dat Tender bereid is het verblijf van de kinderen in het
gezinshuis van De Parel in Hechtel (voorshands) te continueren. Tender en De Parel hebben echter (nog) geen overeenstemming bereikt over een nieuwe overeenkomst die ten grondslag dient te liggen aan het (voortgezette) verblijf van de kinderen in het gezinshuis van De Parel in Hechtel. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is Tender te snel tot de conclusie gekomen dat zij met De Parel geen overeenstemming zou kunnen bereiken. De voorzieningenrechter meent dan ook dat Tender thans geen spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorziening. Van haar kan worden verwacht dat zij nader met De Parel overlegt over het sluiten van een overeenkomst. Daarbij zal zij binnen de kaders die de Provincie aan de voortgezette subsidieverlening stelt zoveel mogelijk rekening dienen te houden met de belangen van de kinderen en van De Parel dat het verblijf van de kinderen in het gezinshuis van De Parel in Hechtel ook in de toekomst gecontinueerd kan blijven.
4.3. Tender heeft niet alleen geen spoedeisend belang bij de door haar gevorderde
voorziening maar ook een belangenafweging dient in haar nadeel uit te pakken. Tussen partijen staat vast dat de kinderen in het gezinshuis van De Parel in Hechtel op hun plaats zijn en het hen daar goed gaat. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is overplaatsing van de kinderen naar een andere locatie – al dan niet met vervangende toestemming van de rechtbank - alleen dan aan de orde indien voortzetting van het verblijf van de kinderen in het gezinshuis van De Parel in Hechtel niet door Tender dan wel anderszins kan worden bekostigd en een deugdelijk plan voorligt waaruit blijkt dat een vergelijkbaar alternatief voor de kinderen voorhanden is en de verwachting is dat de kinderen op de alternatieve locatie op hun plaats zullen zijn en hen het daar goed zal gaan.
4.4. Tender zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Parel worden begroot op:
- vast recht € 263,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal € 1.079,00
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. Wijst de vordering af;
5.2. Veroordeelt Tender in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van De Parel begroot op € 1.079,00;
5.3 Verklaart dit vonnis met betrekking tot de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2010.