ECLI:NL:RBSHE:2010:BO1291
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nieuwe bankgarantie en ontruiming bij surseance van betaling
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder van een bedrijfsruimte waarbij GPB Bouw surseance van betaling heeft gekregen. De verhuurder vordert onder meer dat GPB Bouw binnen 48 uur een nieuwe bankgarantie stelt en het gehuurde ontruimt.
De rechtbank overweegt dat de huurovereenkomst spoedig zal eindigen en dat er sprake is van surseance, waardoor een spoedeisend belang bestaat voor een voorlopig oordeel. Echter, de vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat GPB Bouw een redelijke termijn moet krijgen om te ontruimen, uiterlijk 30 november 2010.
De vordering tot het stellen van een nieuwe bankgarantie wordt eveneens afgewezen omdat het gelde maken van een bankgarantie voor huurachterstanden van vóór de surseance indruist tegen de strekking van de faillissementswet. Ook de overige vorderingen, zoals de contractuele boete en dwangsommen, worden afgewezen.
De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter Roeterdink op 20 oktober 2010.
Uitkomst: De vorderingen tot het stellen van een nieuwe bankgarantie, ontruiming en betaling van boetes worden afgewezen.