ECLI:NL:RBSHE:2010:BO7589
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.J. Spoor
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfspand na brandschade wegens toerekenbare tekortkoming huurder
In deze zaak staat de ontbinding van een huurovereenkomst voor een bedrijfspand centraal, nadat een brand in het pand aanzienlijke schade veroorzaakte. De huurders hadden de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden op grond van artikel 7:210 BW Pro, stellende dat het pand niet brandveilig was en het huurgenot geheel onmogelijk was geworden. Verhuurders betwistten dit en stelden dat er sprake was van overmacht en dat het pand door hen was hersteld, waardoor ontbinding niet gerechtvaardigd was.
De rechtbank oordeelt dat de brand niet aan verhuurders kan worden toegerekend en derhalve sprake is van overmacht. Het pand is na de brand hersteld binnen een redelijke termijn van vier maanden, waarbij de verhuurders de huurpenningen vanaf de branddatum hebben gecrediteerd. De huurders mochten daarom niet zonder rechterlijke tussenkomst de huurovereenkomst ontbinden. De buitengerechtelijke ontbinding is onterecht.
De rechtbank wijst de vordering van huurders tot verklaring van recht en teruggave van de huurgarantie af. De huurovereenkomst wordt echter ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming van de huurders, omdat zij vanaf februari 2010 geen huur meer betaalden terwijl het pand als verhuurbaar werd beschouwd. Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van openstaande huurpenningen, contractuele boetes en wettelijke rente. De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat het pand niet in gebruik is door huurders of onderhuurders. De zaak wordt verwezen voor specificatie van de schadevergoeding.
De uitspraak benadrukt dat overmacht de verhuurder niet verplicht tot ontbinding en dat huurders zich bij geschil over huurgenot tot de rechter moeten wenden. Tevens wordt gewezen op de onaanvaardbaarheid van de ontbinding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, mede gezien de fiscale motieven achter de huurprijsstelling.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming van huurders, die veroordeeld worden tot betaling van openstaande huurpenningen en boetes.