ECLI:NL:RBSHE:2010:BO7878

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
694697
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 EEX-VoArt. 59 EEX-VoArt. 4 sub a Rome IArt. 6 Rome IArt. 7 lid 2 Verordening (EG) nr. 861/2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-toewijzing vordering wegens non-conformiteit tweedehands Bang & Olufsen installatie

Eiser kocht via een internetsite een tweedehands Bang & Olufsen stereo-installatie met speakers van verweerder, waarbij de installatie werd aangeboden als 'zo goed als nieuw'. Na levering bleek de installatie gebreken te vertonen, waaronder defecte deuren, een defect lampje, rookaanslag en verkleuring. Eiser vorderde ontbinding of prijsvermindering wegens non-conformiteit.

Verweerder stelde dat eiser de installatie op kantoor had kunnen testen en dat de gebreken bekend waren of zichtbaar bij controle. De kantonrechter oordeelde dat eiser de non-conformiteit moest stellen en bewijzen. Alleen het defecte lampje werd erkend door verweerder en toegewezen door de rechter.

De overige klachten werden onvoldoende bewezen geacht, mede omdat eiser de mogelijkheid tot controle niet heeft benut en bekend was dat het om gebruikte apparatuur van minstens zes jaar oud ging. De vordering tot betaling van € 1.280 werd afgewezen, behalve een bedrag van € 50 voor het lampje. Proceskosten werden gecompenseerd.

Uitkomst: Vordering van € 1.280 afgewezen behalve € 50 toegekend voor defect lampje; proceskosten gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH
Sector Kanton, locatie Eindhoven
Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen, in de zaak van:
[eiser],
wonende [woonplaats] (Luxemburg),
eiser,
tegen
[verweerder],
wonende [woonplaats],
verweerder,
Partijen worden aangeduid als "[eiser]" en "[verweerder]".
1. De procedure
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- het standaard vorderingsformulier A van bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening), ingekomen ter griffie op 17 mei 2010, voorzien van drie producties;
- het door [verweerder] ingevulde en geretourneerde antwoordformulier (deel II van formulier C van bijlage III van de Verordening), ingekomen ter griffie op 28 juni 2010, voorzien van een antwoord op de vordering en uitdraai van e-mailwisseling tussen [verweerder] en [eiser];
De kantonrechter heeft op 19 juli 2010 een mondelinge behandeling gehouden, alwaar [eiser] niet is verschenen en waarvan een proces-verbaal is opgemaakt. De kantonrechter heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld een akte in te dienen met daarin een reactie op hetgeen [verweerder] ter zitting heeft toegelicht.
Bij akte, ter griffie ingekomen op 17 augustus 2010, heeft [eiser] een reactie ingediend.
Daarna is de beschikking, vertraagd door overige werkzaamheden van de kantonrechter waardoor de termijn van artikel 7 lid 2 Verordening Pro is overschreden, bepaald op heden.
2. De vordering
[eiser] vordert van [verweerder] betaling van een bedrag van € 1.280,-- (€ 800,-- en € 480,--) ter zake hoofdsom. Voorts vordert [eiser] betaling van een bedrag van € 50,-- proceskosten. Aan deze vordering legt [eiser] het volgende ten grondslag. Via de internetsite www.marktplaats.nl heeft [eiser] van [verweerder] een stereo-installatie merk Bang & Olufsen met twee speakers voor een bedrag van € 1.600,-- gekocht. De conditie van de installatie luidde in de advertentie "Zo goed als nieuw". [eiser] heeft de installatie, zonder dat hij deze heeft getest, bij [verweerder] op zijn kantoor opgehaald. De installatie was reeds ingepakt en [eiser] heeft [verweerder] in goede trouw geloofd dat alles functioneerde. [verweerder] heeft aan [eiser] een ander - een slechter en ouder - model geleverd dan het model dat in de advertentie stond. De geleverde installatie vertoont gebreken en de installatie kan door [eiser] niet worden gebruikt. De gebreken zijn; de deuren zijn kapot, de ingebouwde verlichting is defect en de installatie ruikt naar tabak en is geel verkleurd. [eiser] wil dan ook de koop van de installatie ontbinden en het het daarvoor volgens [eiser] betaalde bedrag van € 800,-- terug ontvangen. Subsidiair vordert [eiser] verlaging van de koopprijs dan wel restitutie van 75% van de koopsom.
Daarnaast vertoont één van de speakers gebreken. De speakers hebben als bouwjaar, volgens het serienummer, 1992 of 1993, terwijl [verweerder] aan de telefoon heeft gezegd dat ze uit 1999 zijn. [eiser] vordert de volgens hem voor de speakers betaalde koopprijs te verlagen met 60% tot een bedrag van € 480,--. [verweerder] is dan ook in totaal een bedrag van € 1.280,-- verschuldigd aan [eiser]. [verweerder] weigert dit bedrag te betalen.
3. Het verweer
[verweerder] heeft, als particulier, zijn Beolab 2300 serie en speakers B&O type 8000 aangeboden via www.marktplaats.nl. Na e-mailwisseling met [eiser] is [verweerder] op 29 maart 2010 een bedrag van € 1.600,-- overeengekomen met [eiser] en zou [eiser] de installatie bij [verweerder] komen ophalen. Op 8 april 2010 is [eiser] verschenen op het kantoor van [verweerder]. [verweerder] heeft [eiser] erop gewezen dat de speakers van vóór 2004 waren en dat er een krasje opzat. [eiser] heeft de Beolab op kantoor uitvoerig getest en gezien dat de deurtjes langzaam open en dicht gingen en dat er rookaanslag op de installatie zat. [eiser] vond het jammer dat twee kabels ontbraken en dat er veel rookaanslag op de installatie zat. [eiser] vond om die reden een bedrag van € 1.600,-- teveel. [verweerder] heeft vervolgens ingestemd met een koopprijs van € 1.450,--, hetgeen [eiser] ook heeft voldaan. [eiser] heeft daarop de set meegenomen. De volgende dag e-mailde [eiser] dat de installatie niet in orde was. De gebreken die hij opsomde had hij kunnen waarnemen tijdens het testen op het kantoor van [verweerder], op één defect lampje na. [verweerder] heeft [eiser] daarop gevraagd naar de kosten voor het maken van het lampje. Hierop heeft [verweerder] geen antwoord mogen ontvangen. Naar de mening van [verweerder] is hij niet nalatig geweest en hij verzoekt de kantonrechter de vordering af te wijzen. Het is juist dat de Beolab op de door [eiser] overgelegde foto niet de Beolab is die op de foto bij de advertentie staat. [verweerder] heeft echter aan [eiser] de installatie geleverd waarvan in de advertentie de foto was opgenomen.
4. De beoordeling
4.1. De Europese procedure voor geringe vorderingen is - zakelijk weergegeven - in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie van de rechtbank wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 2.000,--, en zowel eiser als verweerder in een lidstaat wonen waarvoor de verordening geldt (artikel 2 lid 3 Verordening Pro), een en ander behoudens de in artikel 2 lid 2 van Pro de Verordening genoemde uitzonderingen.
4.2. De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Verordening valt, nu [eiser] in Luxemburg woont en [verweerder] in Nederland woont, waarbij beide landen lidstaten zijn waarvoor de Verordening geldt.
4.3. Voorts dient de kantonrechter aan de hand van de Verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken EG/44/2001(hierna EEX-Verordening) te bepalen of hij als Nederlandse rechter bevoegd is, nu een aparte bevoegdheidsregeling in de Verordening ontbreekt.
4.4. Uit de bijlagen bij het verzoek blijkt dat sprake is van een koop door middel van www.marktplaats.nl, waarbij [verweerder] als particulier via deze internetsite producten heeft verkocht aan [eiser] als particulier.
Derhalve is de kantonrechter op grond van artikel 2 lid 1 EEX Pro-Verordening, luidende 'Onverminderd deze verordening worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat' bevoegd als Nederlandse rechter van de vordering kennis te nemen.
4.5. De kantonrechter is de relatief bevoegde rechter van de woonplaats van [verweerder] gezien artikel 99 Rv Pro jo artikel 59 EEX Pro-verordening. [verweerder] heeft in het kanton Eindhoven gezien artikel 1:10 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) zijn woonplaats, namelijk te Eindhoven.
4.6. Partijen hebben zich niet uitgelaten over het toepasselijke recht. De kantonrechter overweegt dat de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I- Vo) hier van toepassing is. De koopovereenkomst is immers na 17 december 2009 gesloten (zie artikel 28 Rome Pro I). Uit artikel 4 sub a Rome Pro I-Vo volgt, dat het recht, bij gebreke van een rechtskeuze door de partijen, bij de overeenkomst voor de verkoop van roerende zaken wordt beheerst door het recht van het land waar de verkoper, in dit geval [verweerder], zijn gewone verblijfplaats heeft. Er is geen sprake van een consumentenkoop, nu geen der partijen in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gehandeld, zodat artikel 6 Rome Pro I - Vo betreffende de consumentenkoop niet van toepassing is.
4.7. Aldus is Nederlands recht van toepassing, overigens zonder inbegrip van het Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (United Nations Convention on Contracts for the International Sale of Goods, CISG) van 11 april 1980, Tractatenblad 1986, 61. Weliswaar is zowel Nederland (sinds 1992) als Luxemburg (sinds 1998) een verdragsluitende staat als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub a CISG Pro. Uit artikel 2 sub a CISG Pro blijkt echter dat het verdrag op dit soort overeenkomsten ter zake roerende zaken voor persoonlijk gebruik niet van toepassing is.
Derhalve geldt uitsluitend het 'nationale' burgerlijke recht.
4.8. Ten aanzien van het materiële geschil overweegt de kantonrechter het volgende.
De koop en verkoop van de installatie met de speakers betreft een koop en verkoop van een tweedehands zaak door een particulier, [verweerder], aan een andere particulier, [eiser] (zoals hierboven ook aangegeven). Blijkens de stukken en hetgeen [verweerder] ter mondelinge behandeling heeft toegelicht twisten partijen over het al dan niet uitgevoerd zijn van een controle op het (elektronisch) functioneren van de installatie en de speakers als ook over de uiteindelijk betaalde prijs.
[verweerder] heeft gesteld dat hij [eiser] in de gelegenheid heeft gesteld op zijn kantoor deze controle uit te voeren en dat [eiser] deze mogelijkheid daadwerkelijk heeft benut. [eiser] heeft de mogelijkheid van controle niet weersproken maar gesteld dat hij deze gelegenheid niet heeft benut omdat hij [verweerder] in goede trouw geloofde.
4.9. [eiser] was er in ieder geval mee bekend dat de installatie en speakers gebruikte zaken betroffen die ten minste zes jaar oud waren ("boxen van bouwjaar voor 2004"). De mededeling op de internetsite dat de installatie en speakers "zo goed als nieuw" waren, diende [eiser] dan ook als prudent handelende consument te relativeren en in beginsel aan te merken als aanprijzing van een hem verder onbekende verkoper en zeker niet als garantie. Dat [eiser] - naar eigen zeggen - niet de gelegenheid heeft benut de installatie en de speakers te controleren dient dan ook voor zijn rekening en risico te komen.
4.10. Naar Nederlands recht, boek 7 titel 1 afdeling 3 Burgerlijk Wetboek (artikelen 7:17 e.v.), dient [eiser] de non-conformiteit van de installatie en de speakers te stellen en, bij betwisting door de wederpartij als thans aan de orde, zo nodig te bewijzen.
4.11. [verweerder] erkent uitsluitend dat één lampje van de installatie defect was. De kantonrechter acht hiervoor, naar redelijkheid en billijkheid, een bedrag van € 50,-- gerechtvaardigd en hij zal dit bedrag toewijzen aan [eiser].
4.12. De overige klachten van [eiser] - dat de deurtjes van de installatie langzaam open gaan en vervolgens niet goed sluiten en dat één van de speakers defect is - zijn onvoldoende komen vast te staan. Bovendien is niet komen vast te staan dat [eiser] iets anders van de installatie en speakers mocht verwachten, gegeven de mogelijkheid die [eiser] had om de installatie en speakers te controleren naast de wetenschap dat de tweedehands installatie en speakers minstens zes jaar oud zijn. Dat de installatie en speakers een rookkleur en -geur hadden, hetgeen [verweerder] ook niet heeft betwist, had [eiser] kunnen vaststellen bij een, door hem - naar eigen zeggen - niet benutte, normale zichtcontrole. Hierbij had ook de geur die de installatie afgaf kunnen worden gecontroleerd althans vastgesteld.
4.13. De kantonrechter zal de vordering van [eiser] tot betaling van een totaalbedrag van € 1.280,--, dan wel een gereduceerde koopprijs, behoudens het hiervoor toegewezen bedrag van € 50,--, dan ook afwijzen. In het midden kan derhalve blijven wat door [eiser] uiteindelijk is betaald.
4.14. Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld en [verweerder] het aan [eiser] toekomende bedrag niet uit zichzelf reeds heeft voldaan vóór indiening van het verzoek door [eiser], zal de kantonrechter de proceskosten compenseren als hierna te melden.
4.15. Op verzoek van [eiser] zal een certificaat betreffende een beslissing in de Europese procedure voor geringe vorderingen (formulier D van bijlage IV van de Verordening) aan deze beschikking worden gehecht.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [verweerder], tegen bewijs van kwijting, tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 50,--;
compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. R.R.M. de Moor en uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 13 december 2010.