ECLI:NL:RBSHE:2010:BU7114
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bouwvergunning en vrijstelling bestemmingsplan Den Bosch spoorzone
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch om vrijstelling van het bestemmingsplan en een bouwvergunning eerste fase te verlenen voor de bouw van een kantorencomplex aan het Stationsplein. Het bouwplan overschrijdt de maximale bouwhoogte met 1,5 meter en het bebouwingspercentage op het zuidelijke bebouwingsvlak met meer dan de toegestane 80%.
Verweerder stelde dat de vrijstelling beperkt beoordeeld moet worden op de overschrijding en dat de bezonningsdiagrammen aantonen dat de invloed op omliggende bebouwing minimaal is. Eiser voerde aan dat de overschrijding leidt tot vermindering van licht en lucht, waardedaling en verhuurproblemen van zijn pand, en dat het bouwplan niet bijdraagt aan de omgeving.
De rechtbank overwoog dat de belangenafweging zich moet beperken tot het deel van het bouwplan waarvoor vrijstelling is verleend. De bezonningsstudies toonden slechts een verwaarloosbare invloed. De bezwaren van eiser richten zich vooral op het bouwplan als geheel en niet op de vrijstelling. De afwijking van het bestemmingsplan is marginaal en ook een bouwplan binnen de maximale bestemmingsplanmogelijkheden zou vergelijkbare nadelen veroorzaken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid vrijstelling kon verlenen en dat de bouwvergunning terecht is verleend, gelet op het limitatief-imperatieve karakter van de weigeringsgronden. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Tevens wees de rechtbank op de toepasselijkheid van de Crisis- en herstelwet voor het project, met gevolgen voor de beroepsprocedure.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende bouwvergunning en vrijstelling wordt ongegrond verklaard.