Uitspraak
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
28 november 2011
Rechtbank 's-Hertogenbosch
De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld voor poging tot grooming van een minderjarige, gepleegd tussen 1 maart en 15 mei 2010. Verdachte heeft via chatlogs en telefonisch contact een ontmoeting voorgesteld aan een 14-jarig meisje met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen. De rechtbank oordeelde dat het oogmerk wettig en overtuigend bewezen is voor het contact met het 14-jarige slachtoffer, maar niet voor een ander slachtoffer van 15 jaar.
De verdediging voerde aan dat poging tot grooming niet strafbaar is en dat verdachte niet het initiatief tot de ontmoeting had genomen bij het 14-jarige slachtoffer. De rechtbank verwierp deze verweren en stelde dat poging tot grooming wel strafbaar is en dat verdachte handelingen heeft verricht gericht op het realiseren van de ontmoeting.
De straf is een gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, waarbij rekening is gehouden met eerdere veroordelingen van verdachte en artikel 63 Sr Pro. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding omdat verdachte is vrijgesproken van het onderdeel waarop die vordering ziet.
De rechtbank benadrukt met de voorwaardelijke straf enerzijds de ernst van het feit en anderzijds het belang gedragsbeïnvloeding van verdachte om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf wegens poging tot grooming van een 14-jarig meisje.