ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ1549
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid curator tot verkoop en ontruiming woning in faillissement ondanks hoger beroep
In deze kortgedingprocedure staat centraal de vraag of de voorzieningenrechter bevoegd is om te beslissen over de vorderingen van de gefailleerde, die zich verzet tegen de verkoop en ontruiming van zijn woning door de curator in het faillissement. De gefailleerde is eigenaar van de woning en is in staat van faillissement verklaard. Hij vordert onder meer dat de curator wordt verboden de woning te verkopen en te ontruimen totdat het hoger beroep tegen het faillissementsvonnis is afgerond.
De curator voert aan dat op grond van artikel 69 Faillissementswet Pro de rechter-commissaris exclusief bevoegd is voor dergelijke vorderingen, maar trekt dit verweer in voor zover het de voorwaardelijke reconventievordering betreft. De curator benadrukt zijn bevoegdheid en verplichting tot beheer en vereffening van de failliete boedel, waaronder verkoop en ontruiming van de woning, en wijst op het ontbreken van een noodtoestand bij de gefailleerde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat artikel 69 Fw Pro niet uitsluit dat de gefailleerde zich tot de voorzieningenrechter kan wenden en dat de curator geen misbruik van bevoegdheid maakt. Het faillissement is onherroepelijk en het hoger beroep kan hieraan geen verandering brengen. De gefailleerde heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ontruiming tot een noodtoestand leidt. De vorderingen in conventie worden afgewezen, terwijl de curator in reconventie wordt toegewezen om de woning te ontruimen en verkoopactiviteiten te verrichten, met een dwangsom bij niet-naleving.
De gefailleerde wordt veroordeeld in de proceskosten en de curator krijgt een gedeeltelijke toewijzing van zijn vorderingen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de gefailleerde af en veroordeelt hem tot ontruiming van de woning en medewerking aan verkoopactiviteiten.