ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ1700
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonaanspraak uitzendkracht bij vermindering arbeidsduur en passende arbeid
De uitzendkracht is sinds 2005 werkzaam bij de uitzendonderneming op basis van een arbeidsovereenkomst Fase C met toepassing van de CAO voor Uitzendkrachten. Vanaf januari 2009 is de uitzendkracht minder uren gaan werken bij verschillende opdrachtgevers, nadat de plaatsing bij de eerste opdrachtgever eindigde.
De uitzendkracht vordert betaling van het verschil in loon over 2009 en doorbetaling van loon vanaf 2010, stellende dat de werkgever tekort is geschoten in de verplichting tot doorbetaling bij het wegvallen van de laatste plaatsing en het ontbreken van passende arbeid. De werkgever betwist dit en stelt dat de uitzendkracht passende arbeid werd aangeboden en dat loonbetaling kan worden opgeschort bij weigering van passend werk.
De rechtbank stelt vast dat de uitzendkracht vanaf januari 2009 gemiddeld minder uren werkte dan de overeengekomen 40 uur per week, zodat niet is voldaan aan de CAO-voorwaarden voor passende arbeid. De werkgever was daardoor verplicht loon door te betalen volgens het terugvalloon van 90% van het laatstverdiende loon. Verder heeft de uitzendkracht vanaf januari 2010 wegens knieklachten passende arbeid geweigerd, maar de werkgever heeft nagelaten een bedrijfsarts in te schakelen. De uitzendkracht krijgt de gelegenheid zijn loonvordering te herberekenen en de zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De uitzendkracht heeft recht op terugvalloon over 2009 en loon bij arbeidsongeschiktheid vanaf januari 2010; partijen krijgen gelegenheid tot herberekening en nadere beslissing wordt aangehouden.