ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ5034
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing bodembeslagen wegens ontbreken reële eigendomsrechten
Corporate Estate vordert dat de rechtbank verklaart dat de Belastingdienst onrechtmatig handelt door bodembeslagen te handhaven op roerende zaken waarvan Corporate Estate de juridische eigenaar is, maar die zijn gebruikt door haar dochtervennootschap GL. De beslagen zijn gelegd vanwege belastingschulden van GL. Corporate Estate stelt dat zij reële eigendomsrechten bezit, waardoor de beslagen niet gerechtvaardigd zijn.
De rechtbank onderzoekt of aan de criteria van de Leaseregeling is voldaan, die bepalen wanneer sprake is van reële eigendom. Hoewel Corporate Estate de juridische eigendom bezit en zich fiscaal als eigenaar gedraagt, kon zij niet aantonen dat zij het restwaarderisico draagt. De huurprijs van GL aan Corporate Estate dekt immers alle afschrijvingen, lasten en investeringen, waardoor het economische risico bij GL ligt.
De rechtbank concludeert dat de economische verhouding tussen GL en de inventaris ertoe leidt dat de beslagen terecht zijn gelegd op de zaken die formeel eigendom zijn van Corporate Estate. De stelling van bedrijfsinmenging wordt niet verder behandeld omdat Corporate Estate onvoldoende feiten heeft gesteld die tot een ander oordeel leiden.
Daarom is het terughoudend beleid niet van toepassing en heeft de Belastingdienst terecht geweigerd de beslagen op te heffen. De vorderingen worden afgewezen en Corporate Estate wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opheffing van de bodembeslagen af omdat Corporate Estate geen reële eigendomsrechten kon aantonen.