ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ5050
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en afwikkeling effectenleaseovereenkomst na tussentijdse opzegging
In deze zaak staat centraal de beëindiging en afwikkeling van een effectenleaseovereenkomst tussen [gedaagde] en Dexia, waarvan de vordering is overgedragen aan Varde Investments. [gedaagde] had de overeenkomst op 23 maart 2005 schriftelijk opgezegd per 1 april 2005, waarna Dexia een eindafrekening opstelde die onbetaald bleef. Varde vordert betaling van het restantbedrag, terwijl [gedaagde] de vordering betwist en een voorwaardelijke tegenvordering heeft ingesteld.
De kantonrechter stelt vast dat de Vaststellingsovereenkomst (Dexia Aanbod) prevaleert boven de Leaseovereenkomst, maar dat deze niet verhindert dat [gedaagde] gebruikmaakt van zijn contractuele recht tot tussentijdse beëindiging. De beëindiging per 1 april 2005 is rechtsgeldig, ondanks dat Dexia pas later reageerde en ondanks het geschil over de hoogte van de resterende termijnen en kortingen.
Verdere afwikkeling dient plaats te vinden op basis van de Leaseovereenkomst en de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease. Varde wordt in de gelegenheid gesteld een nieuwe eindafrekening op te maken rekening houdend met de juiste uitgangspunten. De kantonrechter wijst het verweer van [gedaagde] af dat Dexia haar rechten heeft prijsgegeven en dat de Vaststellingsovereenkomst niet op de Leaseovereenkomst van toepassing zou zijn.
De voorwaardelijke tegenvordering van [gedaagde], gebaseerd op een vermeende onrechtmatige daad, wordt afgewezen omdat hij met de Vaststellingsovereenkomst afstand heeft gedaan van dergelijke rechten. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na het indienen van aanvullende stukken.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en beslissing over de afwikkeling van de effectenleaseovereenkomst na tussentijdse beëindiging per 1 april 2005.