ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ5109
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A.M. Penders
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding en onvoldoende re-integratie
De werknemer was sinds 1983 in dienst bij de werkgever en werd arbeidsongeschikt door overbelasting. Na een burn-out werd hij beperkt geschikt geacht voor aangepaste werkzaamheden, maar de aangeboden taken voldeden niet aan de beperkingen en waren onvoldoende passend. Ondanks herstelverklaringen van de werknemer bleef de bedrijfsarts van mening dat terugkeer binnen de organisatie niet mogelijk was. De werkgever vroeg meerdere keren een deskundigenoordeel aan het UWV, dat oordeelde dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren.
De werknemer wilde zijn werkzaamheden hervatten, maar de werkgever stelde voorwaarden en was huiverig vanwege risico's. Uiteindelijk vroeg de werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewijzigde omstandigheden en verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende passende re-integratie bood, de arbeidsverhouding verstoord was door toedoen van de werkgever en dat de werknemer niet op eigen initiatief kon terugkeren in zijn functie.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 15 juni 2011 en aan de werknemer werd een vergoeding toegekend van €383.680 bruto, berekend met een correctiefactor van 2,5 volgens de kantonrechtersformule. De werknemer kreeg de gelegenheid het verzoek in te trekken, maar bij handhaving werd de vergoeding en ontbinding uitgesproken.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden en aan de werknemer wordt een vergoeding van €383.680 bruto toegekend met factor C=2,5.