ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ8453
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en overmacht bij niet-nakoming vastgoedkoop door stichting en bestuurders
De zaak betreft een geschil tussen [Eiser A] c.s. en [Partij B] c.s. over de niet-nakoming van koopovereenkomsten voor een commercieel vastgoedpakket. [Eiser A] c.s. vordert schadevergoeding van de stichting [Partij B sub 4] en persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders [Partij B], [Partij B sub 2] en [Partij B sub 3].
De stichting erkent de tekortkoming maar beroept zich op overmacht vanwege het plotselinge afwijzen van financiering door een bank. De rechtbank verwerpt het overmachtsverweer omdat financieel onvermogen volgens vaste rechtspraak tot het risico van de schuldenaar behoort. De stichting wordt aansprakelijk gehouden voor de schade en de vordering wordt toegewezen.
De bestuurders worden niet persoonlijk aansprakelijk gehouden. De rechtbank oordeelt dat [Eiser A] c.s. onvoldoende heeft onderbouwd dat de bestuurders wisten of redelijkerwijs moesten begrijpen dat de stichting niet binnen redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. Ook is geen sprake van misbruik van rechtspersoonlijkheid of vereenzelviging, omdat het gebruik van de stichting als contractspartij legitiem was en niet onrechtmatig.
De vorderingen tegen de bestuurders worden afgewezen en zij worden veroordeeld tot betaling van hun eigen proceskosten. De stichting wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade en de proceskosten van [Eiser A] c.s. Het vonnis is gewezen door mr. W. Schoorlemmer en op 22 juni 2011 uitgesproken.
Uitkomst: De stichting wordt aansprakelijk gehouden voor de schade, de bestuurders niet persoonlijk.