ECLI:NL:RBSHE:2011:BR1623
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering shockschade moeder na doodslag baby door oppas
De zaak betreft een moeder die vordert dat de oppas aansprakelijk wordt gesteld voor onrechtmatige daad jegens haar, naast de reeds bewezen doodslag op haar baby. De moeder stelt dat zij door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen van de daad een hevige emotionele schok heeft opgelopen die heeft geleid tot geestelijk letsel, en vordert vergoeding van shockschade.
De rechtbank stelt vast dat de oppas veroordeeld is voor doodslag op de baby, die na mishandeling overleed aan hersenletsel. De moeder was tijdens de ziekenhuisopname aanwezig en op de hoogte van het politieonderzoek en de strafzitting. De rechtbank toetst de vordering aan de criteria uit het Taxibus-arrest, die vereisen dat er sprake is van een hevige emotionele schok door directe confrontatie met de onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelt dat de moeder niet rechtstreeks is geconfronteerd met de omstandigheden van de doodslag, maar geleidelijk op de hoogte is gebracht. Er is onvoldoende bewijs dat zij een hevige emotionele schok heeft ondergaan die heeft geleid tot erkend psychiatrisch letsel. De ingebrachte psychiatrische rapportages bieden onvoldoende onderbouwing. Ook het verweer van de oppas dat de moeder eigen schuld heeft wordt verworpen.
De rechtbank wijst daarom de vordering af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. O.R.M. van Dam en op 20 juli 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van shockschade wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de criteria van het Taxibus-arrest.