ECLI:NL:RBSHE:2011:BR5618
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis wegens te late indiening
In deze zaak staat de tijdigheid van het verzet centraal dat [Partij B] instelde tegen een verstekvonnis van 14 april 2000, waarin zij werd veroordeeld tot betaling aan Vola, de rechtsvoorganger van Welstand Geldleningen B.V. Het vonnis werd pas in 2010 betekend en er werd executoriaal derdenbeslag gelegd op het loon van [Partij B].
[Partij B] stelde dat zij niet tijdig kennis had genomen van het vonnis en dat de verzettermijn pas begon te lopen bij daadwerkelijke kennisname in 2011. De rechtbank oordeelde echter dat op grond van het oude recht (Rv oud) en de jurisprudentie, het verzettermijn startte bij de eerste uitbetaling aan de beslaglegger, die in november 2010 plaatsvond.
De rechtbank overwoog dat [Partij B] niet had gesteld noch bewezen dat zij niet in staat was het vonnis te kennen of het beslag te beletten. De verzetdagvaarding van december 2010 werd daarom als te laat beschouwd. Het verzet werd niet-ontvankelijk verklaard en [Partij B] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet van [Partij B] tegen het verstekvonnis wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn.