ECLI:NL:RBSHE:2011:BT8639
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.J.O. de Vries
- P.P.M. Rousseau
- W.T.A.M. Verheggen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs psychische weerloosheid slachtoffer bij zedenzaak
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het plegen van seksuele handelingen met een slachtoffer waarvan werd gesteld dat hij psychisch weerloos was. Verdachte werd beschuldigd van het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer en het verrichten van ontuchtige handelingen terwijl hij wist dat het slachtoffer in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens had.
De verdediging voerde aan dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de psychische gesteldheid van het slachtoffer en dat er geen bewijs was dat het slachtoffer niet in staat was zijn wil te bepalen of weerstand te bieden. De rechtbank oordeelde dat het procesdossier geen gedragsdeskundige stukken bevatte die de psychische weerloosheid van het slachtoffer konden bevestigen. Hoewel getuigen en de vader van het slachtoffer verklaarden dat het slachtoffer verstandelijk beperkt was, ontbrak het aan deskundige onderbouwing dat dit ook betekende dat hij niet in staat was zijn wil te bepalen of weerstand te bieden.
De rechtbank overwoog ook dat het openbaar ministerie niet onzorgvuldig had gehandeld in de communicatie naar de media en dat er geen sprake was van grove veronachtzaming van de belangen van verdachte. De seksuele handelingen werden wel erkend door verdachte, maar het vereiste bestanddeel van psychische weerloosheid van het slachtoffer was niet wettig en overtuigend bewezen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer psychisch weerloos was.