ECLI:NL:RBSHE:2011:BT8979

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
28 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/849088-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282 SrArt. 47 SrArt. 48 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan overtuigend bewijs op verdenking van medeplegen en medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving

De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen en medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van een slachtoffer in februari 2009. De tenlastelegging betrof het onder valse voorwendselen naar een kickboksschool lokken, vastbinden, mishandelen en bedreigen van het slachtoffer.

Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van de zaak. De officier van justitie achtte het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging stelde dat de aangiftes van de drie aangevers onbetrouwbaar waren en onvoldoende bewijs bestond voor een veroordeling.

De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van twee van de drie aangevers ongeloofwaardig waren, mede omdat deze aangiftes weken na het vermeende delict waren gedaan en mogelijk uit rancune waren opgesteld. Ook de verklaring van de derde aangever, hoewel geloofwaardig geacht, bood onvoldoende bewijs om verdachte te veroordelen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 28 oktober 2011, waarbij mr. Van Vliet en mr. Verheggen niet in staat waren het vonnis mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/849088-09
Datum uitspraak: 28 oktober 2011
Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
wonende te [woonplaats], [adres].
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 oktober 2011.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van raadsman naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 juli 2009.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 14 oktober 2011 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat (een kopie van de wijziging is aangehecht):
hij in of omstreeks de periode van 01 februari 2009 tot en met 02 februari 2009 te
's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en / of beroofd gehouden, door tezamen en in vereniging met die ander(en), althans alleen toen en daar voornoemde [slachtoffer1] opzettelijk en wederrechtelijk
- onder valse voorwendselen naar een kickboksschool te laten komen en/of
- te beletten en/of te belemmeren kickboksschool te verlaten
- op een bank met (een grote hoeveelheid) tape vast te binden en/of vastgebonden te houden en/of
- een handdoek over het hoofd aan te brengen en/of meermalen (langdurig) water op/over het hoofd/gezicht te gooien en/of
- een mes tegen het lichaam te houden en/of te tonen en/of
- meermalen met kracht tegen het lichaam en/of het hoofd te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen;
Artikel 282 juncto Pro 47 Wetboek van Strafrecht
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[dader 1] en/of [dader 2] en/of een of meerdere (nog) onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 01 februari 2009 tot en met 02 februari 2009 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer1] wederrechtelijk van de vrijheid hebben/heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door tezamen en in vereniging met die ander(en), althans alleen toen en daar voornoemde [slachtoffer1] opzettelijk en wederrechtelijk
- onder valse voorwendselen naar een kickboksschool te laten komen en/of
- te beletten en/of te belemmeren kickboksschool te verlaten
- op een bank met (een grote hoeveelheid) tape vast te binden en/of vastgebonden te houden en/of
- een handdoek over het hoofd aan te brengen en/of meermalen (langdurig) water op/over het hoofd/gezicht te gooien en/of
- een mes tegen het lichaam te houden en/of te tonen en/of
- meermalen met kracht tegen het lichaam en/of het hoofd te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 februari tot en met 02 februari te 's-Hertogenbosch opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft immers heeft hij, verdachte toen en daar
- contact gezocht met die [slachtoffer1] en/of
- die [slachtoffer1] onder valse voorwendselen naar een kickboksschool laten gaan/komen;
Artikel 282 juncto Pro 48 Wetboek van Strafrecht
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht het tenlastegelegde onder primair wettig en overtuigend bewezen.
De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft bepleit dat verdachte van hetgeen aan hem is tenlastegelegd dient te worden vrijgesproken bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.
Naar het standpunt van de verdediging bevat het dossier niet betrouwbare aangiftes van
[slachtoffer1], [slachtoffer2] en [slachtoffer3]. De verdediging baseert dit onder meer op de omstandigheid dat de aangiftes van [slachtoffer2] en [slachtoffer3] geruime tijd nadat het tenlastegelegde zou hebben plaatsgevonden zijn opgenomen alsmede de omstandigheid dat [slachtoffer1] en [slachtoffer2] bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting onder ede hebben verklaard dat hun aangiftes verzonnen zijn. In het geval de rechtbank van oordeel zou zijn dat de aangiftes wel voor het bewijs kunnen worden gebezigd, heeft de raadsman bepleit dat er ook dan onvoldoende bewijs is om tot een veroordeling van verdachte te komen.
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank stelt het volgende vast.
Op 3 februari 2009 heeft [slachtoffer1] aangifte gedaan van opzettelijke vrijheidsberoving gepleegd in de periode van 1 tot en met 2 februari 2009 op de locatie Fight Club Den Bosch te 's-Hertogenbosch. [slachtoffer1] noemt uiteindelijk [dader 1] als één van de daders.
Op 26 februari 2009 heeft [slachtoffer3] aangifte gedaan van opzettelijke vrijheidsberoving door [dader 1], zijn broer of broertje en een lange man, gepleegd op 1 februari 2009 onder meer op de locatie Fight Club Den Bosch te 's-Hertogenbosch.
Door [slachtoffer2] is op 5 maart 2009 aangifte gedaan van opzettelijke vrijheidsberoving door een Pool, [dader 1] en een andere Marokkaan, gepleegd op 1 februari 2009 onder meer op de locatie Fight Club Den Bosch te 's-Hertogenbosch.
Later zijn bovengenoemde aangevers op hun aangiftes teruggekomen. Bij de rechter-commissaris op 1 juli 2009 en ter terechtzitting van 14 oktober 2011 hebben [slachtoffer1] en [slachtoffer2] onder ede verklaard de vrijheidsberoving verzonnen te hebben. [slachtoffer3] heeft bij de rechter-commissaris op 1 juli 2009 verklaard dat hij geen van de ontvoerders kende.
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de aangiftes van [slachtoffer2] en
[slachtoffer3] niet betrouwbaar zijn. De rechtbank acht hierbij van doorslaggevende betekenis dat deze aangiftes 3 respectievelijk meer dan 4 weken na het vermeende delict zijn opgenomen, terwijl [slachtoffer2] en [slachtoffer3] kort voor die aangiftes, namelijk op 25 februari 2009, betrokken zijn geweest bij een vechtpartij in Kerkdriel met [medeverdachte] waarvan zij op dat moment geen aangifte konden doen. De rechtbank is van oordeel dat het erop lijkt dat [slachtoffer2] en [slachtoffer3] uit rancune aangiftes hebben gedaan tegen de groep [medeverdachte], waarbij een en ander op elkaar is afgestemd in cafetaria "Het Zandje"; hierbij heeft de rechtbank mede gelet op de verklaring van [persoon1] afgelegd bij de rechter-commissaris. De rechtbank acht de aangiftes van [slachtoffer3] en [slachtoffer2] niet geloofwaardig en zal deze verklaringen dan ook niet betrekken in haar oordeel.
Ook in het geval dat de rechtbank er van uit gaat dat de voor verdachte meest belastende verklaring, te weten de aangifte van [slachtoffer1], juist is, komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring.
De rechtbank acht de aangifte van [slachtoffer 1] met betrekking tot de rol die verdachte zou hebben gespeeld en de omstandigheid dat een telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen [slachtoffer1] en verdachte op 1 februari 2007 te 22.07 uur, waarvan overigens de inhoud niet bekend is, onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring.
De rechtbank acht gelet op vorenstaande niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
DE UITSPRAAK
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd onder primair en subsidiair en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.B.M. Bruens, voorzitter,
mr. M.Th. van Vliet en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H. Pol-Wildeman, griffier,
en is uitgesproken op 28 oktober 2011.
mr. Van Vliet en mr. Verheggen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
4
Parketnummer: 01/849088-09
[verdachte]