ECLI:NL:RBSHE:2011:BV0280
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag en immateriële schadevergoeding
Eiser was sinds 2000 in dienst bij gedaagde en werd in 2005 voor onbepaalde tijd uitgezonden naar Engeland, waar hij tegenwerking ondervond en uiteindelijk terugkeerde naar Nederland. Na terugkeer ervoer hij spanningen, werd ziek en kreeg een hartinfarct. Ondanks re-integratiepogingen bleef hij arbeidsongeschikt en kreeg hij een ontslagvergunning wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.
Eiser stelde dat gedaagde onvoldoende had meegewerkt aan re-integratie en hem ziek had gemaakt, en vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en smartengeld. Gedaagde voerde aan dat zij adequaat had gehandeld, re-integratie had ondersteund en dat de arbeidsongeschiktheid niet aan haar te wijten was.
De kantonrechter oordeelde dat de ontslagvergunning terecht was verleend en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die het ontslag kennelijk onredelijk maakten. De beweerde tegenwerking en immateriële schade waren onvoldoende onderbouwd. De vordering tot schadevergoeding en smartengeld werd afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.