ECLI:NL:RBSHE:2011:BV0443
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering aannemer na oplevering ruwbouw en installatiewerk woning
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een woning, waarbij de aannemer de ruwbouw en later ook installatiewerkzaamheden uitvoerde. De ruwbouw werd op 22 augustus 2008 opgeleverd onder voorbehoud van 15 opleverpunten, en het installatiewerk werd opgeleverd toen de opdrachtgever de woning betrok en de installaties in gebruik nam rond november/december 2008.
De aannemer vorderde betaling van de slotfactuur van 11 december 2008, maar de opdrachtgever hield een bedrag van €9.634,84 in verband met vermeende gebreken. De rechtbank stelde vast dat de klachten van de opdrachtgever betrekking hadden op gebreken die pas na oplevering aan het licht kwamen en niet op de overeengekomen opleverpunten.
De rechtbank oordeelde dat de opdrachtgever geen geslaagd beroep kon doen op opschorting van betaling omdat het niet duidelijk was dat de opschorting verband hield met de gebreken. De opdrachtgever was daardoor in verzuim gekomen. De aannemer mocht haar herstelverplichtingen opschorten zolang de betaling uitbleef. De vordering tot betaling van de factuur werd toegewezen, met contractuele rente, maar de gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de opdrachtgever tot betaling van de slotfactuur met rente wegens onrechtmatige opschorting.