ECLI:NL:RBSHE:2011:BV2279
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens weigering traplift voor werknemer met beperking
Eiseres was sinds 1998 in dienst als caissière bij Em-Té, met een dienstverband van 16 uur per week. Na een enkeloperatie en revalidatie bleef zij beperkt in haar loopvermogen en kon zij geen trappen meer lopen. Dit leidde ertoe dat zij het toilet en de kantine op de eerste verdieping, alleen bereikbaar via een trap, niet kon bereiken. Eiseres verzocht de werkgever om een traplift te plaatsen, zodat zij haar werkzaamheden kon blijven verrichten, maar Em-Té weigerde dit vanwege vermeende technische en financiële bezwaren, zonder dit nader te onderzoeken.
Na het doorlopen van de maximale loondoorbetalingsperiode vroeg Em-Té een ontslagvergunning aan bij het UWV, die werd verleend. Eiseres stelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was omdat de werkgever geen redelijke aanpassingen had getroffen en zij daardoor onterecht werd ontslagen. Em-Té voerde aan dat eiseres niet binnen het bedrijf wilde blijven werken en dat de re-integratie-inspanningen voldoende waren, waarbij het plaatsen van een traplift niet van haar kon worden verlangd.
De kantonrechter oordeelde dat het plaatsen van een traplift een doeltreffende aanpassing is in de zin van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, en dat Em-Té niet had onderzocht of het plaatsen van een traplift een onevenredige belasting zou vormen. De werkgever had niet als goed werkgever gehandeld door dit onderzoek na te laten. De zaak werd aangehouden om Em-Té alsnog in de gelegenheid te stellen dit onderzoek te verrichten en haar standpunt te onderbouwen, waarna de procedure zal worden voortgezet.
Uitkomst: De zaak is aangehouden om de werkgever alsnog onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden en kosten van het plaatsen van een traplift.