ECLI:NL:RBSHE:2011:BV7925
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over terugvordering teveel betaalde koopsompolisuitkeringen na verschuiving pre-pensioenleeftijd in sociaal plan
In deze zaak staat centraal de financiële afwikkeling van een seniorenregeling binnen een sociaal plan na een onverwachte verschuiving van de pre-pensioenleeftijd van 58 naar 60 jaar door het Pensioenfonds voor de Metalektro. FCI heeft de 55-plussers twee jaar langer in dienst gehouden en de koopsompolisuitkeringen aangevuld tot 80% van het netto salaris, zoals bepaald in het sociaal plan. Door deze verschuiving ontvingen de 55-plussers uiteindelijk meer dan het afgesproken percentage, wat FCI als ongerechtvaardigde verrijking beschouwt en terugvordering vordert.
De 55-plussers betwisten dat zij partij zijn bij het sociaal plan en stellen dat de regeling een collectieve overeenkomst is tussen FCI en vakbonden. Zij voeren aan dat FCI haar verplichtingen niet correct heeft nagekomen, onder meer door onvoldoende aanpassing van het netto salaris en betwisten de vorderingen tot terugbetaling. De rechtbank oordeelt dat de 55-plussers wel gebonden zijn aan het sociaal plan en dat FCI terecht de verplichting had om het salaris tot de ingangsdatum van de TOP-regeling aan te vullen, ook bij de gewijzigde leeftijdsgrens.
De rechtbank wijst het beroep op onverschuldigde betaling en onvoorziene omstandigheden af, maar erkent dat de 55-plussers mogelijk ongerechtvaardigd zijn verrijkt door de hogere koopsompolisuitkeringen. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere onderbouwing van de vorderingen en tegenvorderingen, waarbij ook de berekening van de bedragen en de vraag over de kwalificatie van de betalingen als loon of prepensioen nader worden onderzocht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot terugbetaling van het surplus toe en verwijst de zaak voor nadere onderbouwing van vorderingen en tegenvorderingen.