ECLI:NL:RBSHE:2012:BV2272
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing concurrentiebeding na beëindiging arbeidsovereenkomst bij directe concurrent
Na drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd eindigde de arbeidsovereenkomst van de werknemer op 31 december 2011. De werkgever wilde geen nieuwe arbeidsovereenkomst sluiten. De werknemer kreeg een aanbod van een directe concurrent en wilde daar per 1 januari 2012 in dienst treden, maar werd belemmerd door een concurrentiebeding in de laatste arbeidsovereenkomst.
De werknemer vorderde in kort geding de schorsing van het concurrentiebeding. De werkgever voerde verweer en stelde dat het beding rechtsgeldig was en dat de belangen van de werkgever bij handhaving zwaarder wogen. De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding rechtsgeldig was, maar dat de belangenafweging in een bodemprocedure waarschijnlijk in het voordeel van de werknemer zou uitvallen.
De kantonrechter vond dat de nadelige gevolgen voor de werknemer bij handhaving van het beding zwaarder wogen dan de belangen van de werkgever bij handhaving. Ook speelde mee dat de arbeidsovereenkomst niet werd voortgezet op initiatief van de werkgever en dat het beding pas een half jaar voor het einde van het contract was overeengekomen. Daarom werd het concurrentiebeding geschorst. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst vanwege onbillijke benadeling van de werknemer.