ECLI:NL:RBSHE:2012:BV7476
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd op grond van tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor gedrag ander niet toewijsbaar
De Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie vordert betaling van een boete van € 939,28 van de ouders en de dochter, die lid is van de federatie en door het Tuchtcollege veroordeeld is tot een boete wegens gedragingen tijdens een dressuurwedstrijd. De ouders en dochter betwisten de vordering, stellende dat de boete is opgelegd voor het gedrag van de vader en niet van de dochter zelf, en dat de ouders als niet-leden geen boete kunnen krijgen.
De rechtbank oordeelt dat de boete niet aan de ouders is opgelegd en dat zij daarom niet ontvankelijk is in haar vordering tegen hen. Ook kan de federatie de ouders niet als wettelijk vertegenwoordigers van de inmiddels meerderjarige dochter betrekken. De rechter gaat niet in op het tuchtrechtelijke oordeel zelf, maar toetst of de boete gegrond is op een regel die met de wet verenigbaar is.
De boete is opgelegd op grond van artikel 44 lid 7 van Pro het Algemeen Wedstrijdreglement, dat deelnemers verantwoordelijk stelt voor het gedrag van begeleiders en anderen in hun invloedsfeer. De rechtbank stelt dat een regel die iemand tuchtrechtelijk verantwoordelijk maakt voor het gedrag van een ander zonder gezag, in strijd is met de goede zeden zoals bedoeld in BW 3:40 lid 1 jo 3:59. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt de federatie in de kosten van de ouders en dochter.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de boete wordt afgewezen omdat de boete is opgelegd op basis van een onrechtmatige tuchtrechtelijke regel.