ECLI:NL:RBSHE:2012:BW2505
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing geding wegens onderbewindstelling van gedaagde tijdens zorgverzekeringsvordering
Eiseres, een zorgverzekeraar, vordert betaling van een openstaande premie van gedaagde, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. Gedaagde betwist de hoofdsom omdat hij tijdens de periode van de vordering in detentie zat en stelt dat hij onder bewind staat, waardoor zijn bewindvoerder de zaak moet afhandelen.
De kantonrechter onderzoekt of eiseres ontvankelijk is in haar vordering jegens gedaagde, gezien diens onderbewindstelling. Uit een beschikking van 7 november 2011 blijkt dat het bewind over alle goederen van gedaagde toen is ingesteld, na dagvaarding. Hierdoor was gedaagde op het moment van dagvaarding formeel procespartij en kon hij niet succesvol aanvoeren dat de dagvaarding op de bewindvoerder had moeten worden gericht.
Wel leidt de onderbewindstelling ertoe dat de bewindvoerder de formele procespartij wordt en dat het geding op initiatief van gedaagde geschorst wordt. De proceshandelingen na de schorsing zijn nietig. De kantonrechter wijst erop dat het geding na schorsing kan worden hervat in de stand waarin het zich bevond en dat partijen de nietige proceshandeling met wederzijds goedvinden als geldig kunnen aanmerken.
Uitkomst: Het geding wordt geschorst op initiatief van gedaagde vanwege onderbewindstelling, waardoor de bewindvoerder formele procespartij wordt.