ECLI:NL:RBSHE:2012:BW3523
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorlopige tenuitvoerlegging bij niet-naleving bijzondere voorwaarde proeftijd
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van 3 december 2010 veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf waarvan 18 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met een bijzondere voorwaarde dat zij zich moet gedragen naar aanwijzingen van de Reclassering, inclusief behandeling van haar verslavingsproblematiek.
De officier van justitie vordert voorlopige tenuitvoerlegging wegens vermeende niet-naleving van deze bijzondere voorwaarde, onderbouwd met een rapport van de Reclassering van 29 maart 2012. De rechter-commissaris heeft partijen gehoord en beoordeelt of toepassing van artikel 14fa WvSr op deze voorwaardelijke veroordeling rechtmatig is, mede gelet op het legaliteitsbeginsel.
De rechter-commissaris sluit zich aan bij eerdere overwegingen dat de nieuwe regeling van artikel 14fa WvSr ook op voorwaardelijke veroordelingen van vóór 1 april 2012 kan worden toegepast zonder strijd met het legaliteitsbeginsel. Uit het rapport blijkt dat veroordeelde niet is verschenen op meldingsafspraken en vaak onbereikbaar was, maar de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging kan niet worden gebaseerd op het niet verschijnen bij intakegesprekken voor een klinische opname die voortkomt uit een latere veroordeling van 9 maart 2012.
Omdat de vordering ziet op de uitvoering van de latere veroordeling en niet op die van 3 december 2010, wordt de vordering afgewezen. Bovendien acht de rechter-commissaris voorlopige tenuitvoerlegging disproportioneel, mede omdat veroordeelde na het rapport contact heeft gehouden met de Reclassering. De rechter-commissaris beveelt onmiddellijke invrijheidstelling van veroordeelde.
Uitkomst: De vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging wordt afgewezen en veroordeelde wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.