9. Verzoekster betoogt dat de puntentoekenning geen objectief en transparant middel is gebleken om tot een eerlijke aanbesteding te komen. Enerzijds heeft Humana te veel punten toegekend gekregen, terwijl verzoekster ten onrechte punten zijn onthouden. Zelfs als de twee eerste rubrieken van de criteria buiten beschouwing zouden worden gelaten, zou verzoekster moeten worden aangewezen.
Voor de CO2-prestatie van de inzameling heeft Humana 23,22 punten gekregen en verzoekster 22,38. Verweerder heeft niet uitgelegd hoe de CO2-tool wordt gebruikt. De beoordelingsmethodiek is bovendien niet in nauw overleg met betrokkenen tot stand gekomen. Verder heeft verweerder niet onderbouwd hoe de puntentelling tot stand is gekomen, waardoor controle hierop niet mogelijk is.
Bij de bepaling van de CO2-prestatie van Humana heeft verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met de CO2-emissies van extra transportbewegingen bij uitvoering van het voornemen om door middel van kledingdonaties te gaan bijdragen aan het door de EU gesubsidieerde project Textiles for Textiles (T4T). De CO2-prestatie van inzameling en verwerking moet integraal worden gecalculeerd. Verzoekster heeft in haar plan van aanpak wel rekening gehouden met die extra CO2-emissie.
Een correcte vergelijking rechtvaardigt een reductie van het aantal aan Humana toegekende punten met 5. Subsidiair stelt verzoekster zich op het standpunt dat deze rubriek buiten toepassing had moeten blijven, omdat van een objectieve vergelijking geen sprake is.
Voor optimalisatiemaatregelen betreffende de inzameling, zijnde maatregelen die erop zijn gericht om het aantal transportbewegingen en de hiermee samenhangende emissies zoveel mogelijk te beperken, heeft verzoekster slechts 3 punten gekregen, terwijl Humana er 8 heeft gekregen. Humana heeft 5 punten gekregen, omdat zij van zogenoemde "smart bin"-technologie gebruik zal maken. Volgens verzoekster is dit slechts een voornemen. Niet valt, in dat licht bezien, in te zien waarom verzoekster slechts 3 punten heeft gekregen, omdat sprake zou zijn van een (vrijblijvend) voornemen ten aanzien van een vulgraadindicatiesysteem dat zij aan het testen was. De toekenning van slechts 3 punten aan verzoekster is dan ook arbitrair. Onduidelijk is waarom de gestelde vrijblijvendheid een reductie van 2 punten rechtvaardigt. Niet te begrijpen valt dat verzoekster 3 punten zijn toegekend, in het licht van de stelling van verweerder in het verweerschrift in de bezwaarprocedure dat vrijblijvende voornemens in de beoordeling van de diverse inschrijvingen niet zijn gewaardeerd.
Overigens heeft verzoekster reeds voor de beslissing op bezwaar in 2 containers een vulgraadindicatiesysteem geplaatst. Bij het bestreden besluit had verweerder dan ook de volle 5 punten moeten toekennen.
Humana heeft, in het kader van de optimalisatiemaatregelen, 3 punten gekregen voor een klachtenregeling in het geval van bijplaatsing, aangezien een dergelijke inspanning het ontstaan van zwerfvuil kan voorkomen. Omdat de responsetijd relatief lang was, heeft Humana niet de volle 5 punten gekregen. Verzoekster heeft in haar plan van aanpak gewezen op de ISO certificering (ISO 9001) waaruit reeds volgt dat zij een klachtenregistratiesysteem dient te hebben om voor een ISO-certificaat in aanmerking te komen. Verzoekster had dus 5 punten toegekend moeten krijgen.
Voor de rubriek optimalisatiemaatregelen had verzoekster dan ook, in plaats van 3, 10 punten moeten worden toegekend. Subsidiair stelt verzoekster zich op het standpunt dat deze rubriek buiten toepassing had moeten blijven, omdat van een objectieve vergelijking en van transparantie geen sprake is.
Voor Humana wordt een hergebruikspercentage genoemd van 99%, voor verzoekster daarentegen van 95,5%. Dit valt niet te begrijpen, omdat Humana en verzoekster de kleding naar dezelfde afnemer (Vernooij) brengen. Weliswaar heeft Humana na aftrek van 5 punten minder punten (24,7) gekregen dan verzoekster, maar verzoekster had in elk geval hetzelfde aantal punten moeten krijgen als Humana in beginsel kreeg toegewezen, 29,7 in plaats van 28,65.
Humana heeft ten onrechte 10 punten toegekend gekregen, omdat zij geen inspanning levert op het gebied van innovatie. Bovendien in het onjuist om het voornemen om donaties te doen aan T4T mee te wegen. Verzoekster betwist de opmerking van van Neerven in de brief van 18 mei 2011 dat dit voornemen niet tot extra puntentoekenning heeft geleid. Onduidelijk is hoe en op grond van welke zogenoemde cradle to cradle-concepten Humana punten toegekend heeft gekregen.
Tot slot heeft verzoekster aangevoerd dat het bestreden besluit, gelet op het advies van de Onafhankelijke Commissie voor de Behandeling van Bezwaarschriften (OCBB) onvoldoende is gemotiveerd.