AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak poging tot doodslag, veroordeling medeplegen poging tot zware mishandeling door gooien van voorwerpen op snelweg
De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft op 18 juni 2012 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte die ervan werd verdacht stenen, takken en andere voorwerpen vanaf viaducten te hebben gegooid op snelwegen en provinciale wegen, met als gevolg dat auto's deze voorwerpen raakten of moesten ontwijken. De tenlastelegging betrof medeplegen van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling.
De rechtbank oordeelde dat de poging tot doodslag niet wettig en overtuigend bewezen kon worden verklaard, omdat de gebruikte voorwerpen relatief licht waren en de kans op directe dodelijke gevolgen niet aanmerkelijk was. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte medepleegde aan poging tot zware mishandeling, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zwaar lichamelijk letsel zou worden toegebracht.
De rechtbank legde een werkstraf van 60 uur op, subsidiair 30 dagen jeugddetentie, en een voorwaardelijke jeugddetentie van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar onder toezicht van jeugdreclassering. De straf werd gematigd vanwege de jeugdige leeftijd van verdachte, zijn autistische stoornis en verminderde toerekeningsvatbaarheid. Daarnaast werden diverse civiele vorderingen van benadeelden toegewezen tot een totaalbedrag van enkele duizenden euro's, vermeerderd met wettelijke rente.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag en veroordeeld voor medeplegen van poging tot zware mishandeling met een werkstraf en voorwaardelijke jeugddetentie.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/833017-12
Datum uitspraak: 18 juni 2012
Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen de minderjarige:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1996],
wonende te [woonplaats], [adres].
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting achter gesloten deuren van 4 juni 2012.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 2 mei 2012.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 11 december 2011 te Someren, in elk geval in het
arrondissement 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte
voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen met zijn
mededader(s), althans alleen,
meerdere, althans één, grote ste(e)n(en) / (stukken) betontegel, in ieder
geval meerdere, althans één, hard(e)/zwa(a)r(e) voorwerp(en), vanaf een
viaduct/brug over een (provinciale) weg, de Kanaal Dijk Noord/Zuid (N266), op
en/of tegen en/of naar (de voorruit van) een op die weg door die [slachtoffer 1]
bestuurde (passerende) personenauto heeft gegooid en/of op het wegdek van die
weg doen belanden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is
voltooid;
(artikel 287/302 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 december 2011 te Someren, in elk geval in het
arrondissement 's-Hertogenbosch, met een ander of anderen, op of aan de
openbare weg, de Heesakkerweg, althans op of aan een openbare weg, in elk
geval ten aanschouwen van, althans zichtbaar voor het publiek, openlijk in
vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (van het merk Opel,
type Astra, gekentekend [kenteken]), welk geweld bestond uit het vanaf een
viaduct/brug over een (provinciale) weg, de Kanaal Dijk Noord/Zuid (N266)
gooien / doen belanden van meerdere, althans één, grote ste(e)n(en) /
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 11 december 2011 te Ommel,
gemeente Asten, in elk geval in het arrondissement 's-Hertogenbosch, (telkens)
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] en/of dier echtgenoot en/of dier kinderen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4],
en/of [slachtoffer 5] en/of dier echtgenoot van het leven te beroven,
althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen met
zijn mededader(s), althans alleen,
een kinderfiets/driewieler en/of een trap-tractor en/of een koffer, in elk
geval meerdere, althans één gro(o)t(e)/hard(e)/zwa(a)re voorwerp(en), op
de/een rijstrook van de rijbaan van een weg, de (autosnelweg) Rijksweg A67,
heeft gegooid, althans geplaatst, ten gevolge waarvan en/of waarna
een door die [slachtoffer 2] op die weg bestuurde personenauto (Renault Scenic),
waarin dier echtgenoot en kinderen als passagiers waren gezeten,
en/of
een door die echtgenoot van [slachtoffer 5] op die weg bestuurde
personenauto (Volkswagen Passat), waarin die [slachtoffer 5] als passagier
was gezeten,
met hoge, althans aanzienlijke, snelheid tegen en/of over die/dat
Tengevolge van kennelijke schrijffouten in de tenlastelegging begaan staat in feit 7 in regel 4 en 11 "[(onjuiste naam) slachtoffer 14]" vermeld in plaats van "[slachtoffer 14]". De rechtbank herstelt deze schrijffouten en leest het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen.
Gelet op een daartoe strekkend betoog van de raadsman heeft de rechtbank beoordeeld of schorsing van vervolging op grond van artikel 16 WetboekPro van Strafvordering plaats moet vinden op grond van verdachtes toestand. Weliswaar onderschrijft de rechtbank naar aanleiding van het contact met verdachte ter terechtzitting de beschrijving van de kinder- en jeugdpsychiater G.C.G.M. Broekman in haar psychiatrisch pro justitia rapportage dat "opmerkelijk blijft dat zijn ongewenst gedrag niet of nauwelijks met hem inhoudelijk kan worden besproken (....) onderzochte blokkeert emotioneel en hij sluit zich dan volledig af", maar uit dit rapport en het onderzoek ter zitting is niet gebleken dat verdachte aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen.
Er zijn derhalve geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak.
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van verdachte van oordeel dat hetgeen aan verdachte onder 4 primair en subsidiair is ten laste gelegd niet wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.
De raadsman heeft met betrekking tot alle feiten aangevoerd dat bij verdachte sprake was van een ernstige stoornis, waardoor hij ten tijde van zijn handelen nooit het besef heeft gehad waartoe dit zou kunnen leiden. Van (voorwaardelijk) opzet zou dan ook nooit sprake zijn geweest. De rechtbank verwerpt dit verweer.
Zelfs in geval van volledige ontoerekeningsvatbaarheid is (voorwaardelijk) opzet op het plegen van strafbare feiten niet uitgesloten. Volledige ontoerekeningsvatbaarheid is overigens niet aan de orde. Van opzet kan slechts dan geen sprake zijn, indien bij de dader zou blijken van een zodanige ernstige geestelijke afwijking dat aangenomen moet worden dat hij van elk inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan is verstoken. Noch uit het rapport van de kinder- en jeugdpsychiater G.C.G.M. Broekman noch uit het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat daarvan bij verdachte sprake is.
De rechtbank overweegt dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - in het onderhavige geval de dood danwel zwaar lichamelijk letsel van de slachtoffers - aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg veroorzaakt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Daarbij kunnen bepaalde gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.
De rechtbank overweegt dat op grond van de aangiftes, de verklaringen van de medeverdachten en van verdachte en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat verdachte samen met een ander of anderen op tijdstippen op 11, 27 en 28 december 2011 stenen, takken en zakken vanaf een brug/viaduct tegen auto's danwel op de snelweg heeft gegooid en een grote tak en een driewieler op de snelweg heeft geplaatst. Doordat auto's met hoge snelheid deze voorwerpen niet meer hebben kunnen ontwijken zijn er fikse schades ontstaan.
Van voorwaardelijk opzet op doodslag danwel zware mishandeling is sprake als de verdachte en zijn mededader(s) zich willens en wetens hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat aan de slachtoffers de dood danwel zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht. Dit vereist dat de verdachte wetenschap heeft van die aanmerkelijke kans en ook dat hij die kans ten tijde van zijn handelen bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen).
Het is een feit van algemene bekendheid dat door het gooien van stenen, takken en zakken van een brug/viaduct naar auto's op een snelweg/provinciale weg en het plaatsen van een grote tak en een driewieler op een snelweg er ernstige ongelukken kunnen gebeuren.
Omdat niet gegooid is met bijvoorbeeld grote stukken stoeptegel en grote harde voorwerpen maar met relatief lichte voorwerpen, waardoor de kans zo goed als afwezig is geweest dat de bestuurders en bijrijders zelf direct door deze voorwerpen al rijdend geraakt konden worden, is de rechtbank van oordeel dat er wel een kans heeft bestaan dat het handelen van verdachte en/of zijn mededader(s) de dood van de slachtoffers tot gevolg zou hebben, maar dat deze kans niet aanmerkelijk was. De rechtbank concludeert derhalve dat de poging tot doodslag niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard en zal verdachte telkens van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
De rechtbank is echter wel van oordeel dat de hiervoor genoemde gedragingen van verdachte en zijn mededader(s), bezien in samenhang met de overige feiten en omstandigheden, van dien aard zijn dat er een aanmerkelijke kans bestond dat hun handelen het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel tot gevolg zou hebben, welke aanmerkelijke kans verdachte welbewust heeft aanvaard en op de koop toe heeft genomen. De rechtbank concludeert derhalve dat opzet in de zin van voorwaardelijk opzet aanwezig is en dat dan ook de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten aanzien van de feiten 1, 2, 3 en 5, 6 en 7 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
De bewezenverklaring.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:
1.
op 11 december 2011 te Someren ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen met zijn mededader, meerdere stenen vanaf een viaduct/brug over een (provinciale) weg, de Kanaal Dijk Noord/Zuid (N266), op en/of naar (de voorruit van) een op die weg door die [slachtoffer 1] bestuurde (passerende) personenauto heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
op tijdstippen op 11 december 2011 te Ommel, gemeente Asten, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 2] en dier echtgenoot en dier kinderen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4],
en [slachtoffer 5] en dier echtgenoot zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen met zijn mededader een driewieler op een rijstrook van de rijbaan van een weg, de (autosnelweg) Rijksweg A67, heeft geplaatst, ten gevolge waarvan en waarna
een door die [slachtoffer 2] op die weg bestuurde personenauto (Renault Scenic), waarin dier echtgenoot en kinderen als passagiers waren gezeten, en een door die echtgenoot van [slachtoffer 5] op die weg bestuurde personenauto (Volkswagen Passat), waarin die [slachtoffer 5] als passagier was gezeten, met hoge snelheid tegen en/of over die
driewieler zijn (aan-)gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
op tijdstippen op 27 december 2011 te Ommel, gemeente Asten, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en dier vriend zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen met zijn mededaders één tak op een rijstrook van de rijbaan van een weg, de (autosnelweg) Rijksweg A67, heeft geplaatst, ten gevolge waarvan en waarna een door die [slachtoffer 6] op die weg bestuurde personenauto (Volvo S40)
en een door die [slachtoffer 7] op die weg bestuurde personenauto (Peugeot 308)
en een door die [slachtoffer 8] op die weg bestuurde personenauto (Volvo 66), waarin dier
vriend als passagier was gezeten, met hoge snelheid tegen en over die tak en/of delen daarvan zijn (aan-)gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.
op 28 december 2011 te Someren ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 10] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen met zijn mededaders vanaf een viaduct/brug over een (provinciale) weg, de Kanaal Dijk Noord (N266), stenen op en/of tegen en/of naar een op die weg door die [slachtoffer 10] bestuurde (passerende) personenauto heeft gegooid en/of zakken, op het wegdek van die weg heeft gegooid en/of doen belanden, ten gevolge waarvan en/of waarna die [slachtoffer 10] met de door hem op die weg bestuurde personenauto die zakken moest ontwijken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6.
op 28 december 2011 te Someren ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 11] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen met zijn mededaders vanaf een viaduct/brug over een (provinciale) weg, de Kanaal Dijk Noord (N266), stenen en/of zakken op en/of tegen en/of naar een op die weg door die [slachtoffer 1] bestuurde (passerende) personenauto heeft gegooid en/of op het wegdek van die weg doen belanden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
7.
op 28 december 2011 te Ommel, gemeente Asten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen met zijn mededaders een grote tak op een rijstrook van de rijbaan van een weg, de (autosnelweg) Rijksweg A67, heeft geplaatst, ten gevolge waarvan en waarna een door die [slachtoffer 13] op die weg bestuurde personenauto (Volkswagen Passat), waarin die [slachtoffer 14] als passagier was gezeten, met hoge snelheid tegen die tak is (aan-)gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het feit.
Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
- een werkstraf van 100 uren subsidiair 50 dagen jeugddetentie;
- een jeugddetentie voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde toezicht jeugdreclassering;
- volledige toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen (hoofdelijk).
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:
a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,
b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden in het nadeel van verdachte:
- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de angst en schrik die het handelen van verdachte en zijn mededader(s) heeft veroorzaakt bij de daarmee geconfronteerde automobilisten en hun passagiers;
- de grote materiële schade die het gevolg is van de door verdachte gepleegde strafbare feiten;
- de door verdachte gepleegde strafbare feiten zijn niet alleen een directe aanslag op de verkeersveiligheid, maar kunnen ook angstgevoelens en onrust ten aanzien van de verkeersveiligheid in het algemeen en in de regio in het bijzonder veroorzaken.
In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee:
- verdachte werd terzake strafbare feiten niet eerder tot een straf veroordeeld;
- het initiatief tot het plegen van de strafbare feiten ging niet uit van verdachte;
- uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door kinder- en jeugdpsychiater G.C.G.M. Broekman van 16 april 2012 blijkt, dat de door hem gepleegde strafbare feiten in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend. Dit rapport houdt onder meer zakelijk weergegeven in: "Bij onderzochte is sprake van een autistische stoornis. De cognitieve mogelijkheden zijn op benedengemiddeld (zwakbegaafd) niveau ontwikkeld. Gesproken kan worden van zowel een ziekelijke stoornis van de geestvermogens als van een gebrekkige ontwikkeling.";
- de jeugdige leeftijd van verdachte te weten 15 jaar;
- verdachte heeft de hem in het kader van een schorsing van zijn voorlopige hechtenis opgelegde bijzondere voorwaarde tot aan de zitting van 4 juni 2012 blijkens mededeling van jeugdreclasseringswerker [naam] naar behoren nageleefd,
De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.
Dit is met name ingegeven door de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Weliswaar is, gelet op de ernst van de feiten, een forse straf in de vorm van jeugddetentie uitgangspunt, de vastgestelde stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van verdachte en de daarmee samenhangende verminderde toerekeningsvatbaarheid verzetten zich daartegen.
Daarnaast acht de rechtbank, evenals de officier van justitie, een werkstraf wel passend maar niet voor de geëiste duur. Dit hangt ook samen met de dubbele problematiek van verdachte.
Jeugddetentie is gelet op de ernst van de feiten wel op zijn plaats. De rechtbank zal deze jeugddetentie voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
Aan deze voorwaardelijke straf zal na te noemen bijzondere voorwaarde worden gekoppeld.
Vorderingen benadeelde partijen:
Feit 1:
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].
De rechtbank acht de vordering voldoende onderbouwd en derhalve in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.
Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.
Feit 2:
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].
De rechtbank acht de vordering voldoende onderbouwd en derhalve in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.
Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.
Feit 3:
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6].
De rechtbank acht de vordering voldoende onderbouwd en derhalve in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. Anders dan de raadsman acht zij de door de benadeelde partij overgelegde factuur bruikbaar ter onderbouwing van de overigens aannemelijk schade.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.
Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.
Feit 4:
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9].
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.
Feit 5:
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10].
De rechtbank acht de vordering voldoende onderbouwd en derhalve in haar geheel toewijsbaar.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.
Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.
Feit 7:
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13].
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering, te weten materiële schadevergoeding met betrekking tot de bergings/stallingskosten, exclusief btw.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren met betrekking tot de reparatie van de auto, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van dat deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.
De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.
Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.