ECLI:NL:RBSHE:2012:BX0848

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
11 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
241564 - HA ZA 12-45
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:185 BWArt. 6:191 BWArt. 7:962 BWArt. 3:317 BWArt. 141 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering productaansprakelijkheid wegens verjaring bij niet-functionerende brandblusser

Op 27 september 2006 brandde de woning van een verzekerde geheel uit. Achmea, als verzekeraar en subrogant, stelde dat de brandblusser van Delta niet functioneerde, wat de schade veroorzaakte. Achmea vorderde schadevergoeding van Delta wegens productaansprakelijkheid.

Delta stelde verjaring van de vordering tegen omdat de verzekerde al in september 2006 bekend was met het gebrek en de identiteit van Delta. Achmea betoogde dat zij pas in oktober 2007 met het deskundigenrapport bekend werd met het gebrek, waardoor de verjaring later zou zijn gestart.

De rechtbank oordeelde dat het gebrek bestond uit het niet functioneren van de brandblusser op het moment van gebruik, en dat dit gebrek reeds bij de brand bekend was. Het niet weten van de oorzaak van het defect doet hier niet aan af. Daarom was de vordering verjaard omdat Achmea de verjaring niet tijdig heeft gestuit. Het verstekvonnis werd vernietigd en de vorderingen van Achmea afgewezen.

Uitkomst: De vordering van Achmea wordt afgewezen wegens verjaring.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 241564 / HA ZA 12-45
Vonnis in verzet van 11 juli 2012
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
eiseres,
gedaagde in het verzet,
advocaat mr. A.V.M. van Dijk te Eindhoven,
tegen
de vennootschap naar Belgisch recht
DELTA EXTINCTORS N.V.,
gevestigd te Anderlecht, Brussel (België),
gedaagde,
eiseres in het verzet,
advocaat mr. A. Teune te Harderwijk.
Partijen zullen hierna Achmea en Delta genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 februari 2012
- het proces-verbaal van comparitie van 12 juni 2012.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Op 27 september 2006 is brand uitgebroken in de houten woning van [X]. De woning is geheel uitgebrand. [X] was tegen de gevolgen van brand verzekerd bij Achmea. Achmea heeft de door [X] geleden schade vastgesteld op € 73.956,71 en dat bedrag aan [X] uitgekeerd. Achmea is daarmee gesubrogeerd in de rechten van [X] (7:962 BW).
2.2. Op 2 november 2006 is in opdracht van Achmea een deskundigenrapport uitgebracht over het ontstaan van de brand. Onder de conclusies is vermeld dat een in de woning aanwezige poederblusser niet functioneerde en dat indien die poederblusser wel had gefunctioneerd het zeer wel mogelijk was geweest dat de toen nog relatief kleine brand geblust had kunnen worden (productie 4 Achmea).
2.3. Op 23 oktober 2007 is in opdracht van Achmea een aanvullend deskundigenrapport uitgebracht over een veiliggestelde poederblusser. Onder de conclusies is vermeld dat het niet-functioneren van de poederblusser een gevolg is van het ontwerp van het toestel en zeer waarschijnlijk is veroorzaakt doordat de CO2-patroon vóór de brand reeds was doorboord waardoor de poederblusser niet op druk kwam tijdens de bediening. Door het feit dat de penetreerpen voor de CO2-patroon zich op te korte afstand van de CO2-patroon bevindt, is het mogelijk dat de CO2-patroon door vallen of stoten wordt doorboord (productie 5 Achmea).
3. Het geschil
3.1. Achmea heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Delta zal veroordelen tot betaling van € 73.956,71 ter zake de vergoede schade, € 5.464,09 ter zake de kosten van de deskundige en € 7.677,82 ter zake de kosten van rechtsbijstand.
3.2. Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van Achmea toegewezen behoudens de kosten voor rechtsbijstand voor zover deze het liquidatietarief te boven gingen en is Delta veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Achmea tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal € 2.151,31.
3.3. Delta vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Achmea alsnog worden afgewezen.
3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat Delta in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.
4.2. De vordering van Achmea is gegrond op de stelling dat (de broer van) [X] heeft geprobeerd de brand te blussen met een brandblusser geproduceerd door Delta, dat deze brandblusser toen dienst weigerde waardoor de woning volledig is afgebrand, zodat Delta als producent van de gebrekkige brandblusser aansprakelijk is voor de door Achmea aan [X] vergoedde schade,
4.3. Het meest verstrekkende verweer van Deltais dat de vordering van Achmea is verjaard omdat [X] al in september 2006 bekend was met de schade, het gebrek en de identiteit van Delta. De wetenschap van [X] moet aan Achmea worden toegerekend. De eerste stuitingshandeling van Achmea is verricht op 30 augustus 2010, zodat de verjaring niet tijdig is gestuit.
4.4. Achmea stelt daar tegenover dat de vordering niet is verjaard omdat zij pas in oktober 2007, met het tot stand komen van het deskundigenrapport, bekend was met het gebrek aan de brandblusser, zodat de verjaring door haar brief van 30 augustus 2010 tijdig is gestuit.
4.5. Voor zover Achmea tevens heeft bedoeld te betogen dat de verjaring tijdig is gestuit door de brief van (de advocaat van) [X] van 26 juni 2009, gaat dit betoog niet op omdat de vordering op dat moment al door subrogatie was overgegaan op Achmea. Een aanmaningsbrief heeft slechts de stuiting van de verjaring tot gevolg indien deze afkomstig is van de schuldeiser (3:317 BW).
4.6. De vordering van Achmea is gegrond op artikel 6:185 BW Pro, zodat deze ingevolge artikel 6:191 BW Pro verjaart door verloop van drie jaren nadat de benadeelde bekend is geworden met de schade, het gebrek en de identiteit van de producent. Dat de schade en de identiteit van de producent eind 2006 bekend waren is niet in geschil Of de vordering van Achmea is verjaard, hangt derhalve af van de vraag hoe het criterium ‘bekendheid met het gebrek’ in artikel 6:191 BW Pro in deze zaak dient te worden uitgelegd. De rechtbank is van oordeel dat het gebrek aan de poederblusser daarin bestond dat de poederblusser niet functioneerde op het moment dat [X] die poederblusser wilde gebruiken. Het feit dat nog niet bekend was waarom de poederblusser dienst had geweigerd, doet er niet aan af dat [X] - en daarmee Achmea - op 27 september 2006 ermee bekend was dat de poederblusser dienst had geweigerd en op die datum dus bekend was met het gebrek. Dat betekent dat Achmea de verjaring niet tijdig heeft gestuit en Delta terecht een beroep op verjaring heeft gedaan.
4.7. Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden vernietigd. De vorderingen van Achmea zullen alsnog worden afgewezen.
4.8. Achmea zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verstek- en verzetprocedure worden verwezen. De kosten van het uitbrengen van de verzetdagvaarding zullen echter op grond van het bepaalde in art. 141 Rv Pro voor rekening van Delta komen, omdat deze kosten een gevolg zijn van het feit dat Delta in eerste instantie niet is verschenen. Achmea heeft niet gesteld dat en welke kosten zij heeft gemaakt voor het betekenen van het verstekvonnis, zodat deze kosten niet aan haar kunnen worden toegewezen. De door Achmea te vergoeden kosten aan de zijde van Delta worden begroot op:
- explootkosten € 0,00
- griffierecht 1.789,00
- getuigenkosten 0,00
- deskundigen 0,00
- overige kosten 0,00
- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)
Totaal € 3.577,00
5. De beslissing
De rechtbank
5.1. vernietigt het door deze rechtbank op 17 augustus 2011 onder zaaknummer / rolnummer 233982 / HA ZA 11-1286 gewezen verstekvonnis,
en opnieuw beslissend
5.2. wijst de vorderingen af,
5.3. veroordeelt Achmea in de kosten van de verstekprocedure, aan de zijde van Delta tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Delta tot op heden begroot op € 3.577,00,
5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2012.