ECLI:NL:RBSHE:2012:BX2513

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Awb 12 / 2017
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • F.M. Tadic
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot opschorting gebruik siliconen borstimplantaten

Verzoekster, beheerder van een meldpunt voor klachten over siliconen borstimplantaten, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die het gebruik van alle siliconen borstimplantaten per direct zou beëindigen of opschorten. Dit verzoek volgde op de afwijzing door het ministerie van Volksgezondheid van haar verzoek tot handhaving tegen siliconen borstimplantaten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen spoedeisend belang had zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er was onvoldoende bewijs dat het niet toewijzen van de voorziening onomkeerbare gevolgen zou hebben. Daarnaast werd het verzoek als te verstrekkend beoordeeld, omdat het neerkwam op een verbod voor alle artsen in Nederland om siliconen borstimplantaten te gebruiken, wat niet passend is voor een voorlopige voorziening.

Daarom werd het verzoek kennelijk ongegrond verklaard en zonder zitting afgewezen op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot opschorting van het gebruik van siliconen borstimplantaten is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en te verstrekkend karakter.

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 12/2017
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2012 in de zaak tussen
[verzoekster], te [woonplaats],
(gemachtigde: S.M. Singh),
en
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Inspectie voor de Gezondheidszorg, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft bij brief van 3 juli 2012 verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening hangende het gemaakte bezwaar tegen verweerders besluit van 10 april 2012, waarbij verweerder het verzoek van verzoekster om handhavend op te treden tegen siliconen borstimplantaten heeft afgewezen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, onder meer indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Ingevolge artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien hij kennelijk onbevoegd is, of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, uitspraak doen zonder zitting.
3. Na kennis te hebben genomen van de stukken acht de voorzieningenrechter in onderhavig geval termen aanwezig om van vorenbedoelde bevoegdheid gebruik te maken en neemt daarbij het volgende in aanmerking.
4. Verzoekster heeft een website meldpunt Klachten Siliconen en krijgt al enkele jaren veel meldingen binnen van vrouwen over onder andere lekkende siliconen borstimplantaten. Bij brief van 3 juli 2012 heeft verzoekster aangegeven dat de spoedeisendheid van het verzoek er met name in is gelegen dat zij op haar website constateert dat veel vrouwen bij de vervanging van hun PIP-implantaten een vervangend siliconen implantaat krijgen waar klachten over binnenkomen. Omdat de bezwaarschriftfase volgens verzoekster veel tijd gaat kosten en veel vrouwen nu hun implantaten laten vervangen door een implantaat waarop in Nederland geen toezicht wordt gehouden, terwijl hier mogelijk structurele problemen mee zijn voor de gezondheid van vrouwen, verzoekt verzoekster om per direct - tot dat het toezicht op de siliconen borstimplantaten is verbeterd - het gebruik van alle siliconen borstimplantaten te beëindigen of op te schorten.
5. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.
6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat er onvoldoende grond voor de conclusie dat verzoekster thans een spoedeisend belang - als bedoeld in het hierboven geciteerde artikel 8:81 van Pro de Awb - heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter betrekt bij dit oordeel dat voorshands niet is gebleken dat het niet inwilligen van het verzoek van verzoekster hangende de behandeling van haar bezwaar onomkeerbare gevolgen voor verzoekster met zich meebrengt.
3. De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat de door verzoekster gevraagde voorziening, te meer nu dit verzoek er op neerkomt alle artsen in Nederland te verbieden siliconen borstimplantaten te gebruiken, te verstrekkend moet worden geacht voor een voorlopig rechterlijk oordeel van een voorzieningenrechter, ook mede gelet op de complexiteit van de zaak en de omvang van de overgelegde stukken.
4. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond, reden waarom met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder zitting uitspraak kan worden gedaan.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M. Tadic, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.G.M. Otag-Kosman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2012.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.