ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3689

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
245885/FT-RK 12.694
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FwArt. 285 lid 1 sub a FwArt. 285 lid 1 sub f FwArt. 96 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk wegens gebrekkige schuldenlijst en ontbreken minnelijk aanbod

Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank constateerde dat verzoeker en zijn partner geen gemeenschap van goederen hebben, maar het verzoekschrift bevatte slechts één gezamenlijke schuldenlijst. Hierdoor kon niet worden vastgesteld welke schulden daadwerkelijk aan verzoeker toekwamen.

Daarnaast ontbrak een deugdelijke poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling. De verklaring van de kredietbank dat geen draagkracht was voor een minnelijk traject volstond niet. De rechtbank benadrukte dat eerst een minnelijk traject onderzocht moet worden alvorens een wettelijke schuldsaneringsregeling kan worden toegepast.

Ook was er onduidelijkheid over de schuldenlast, doordat de schuldenlijst niet overeenkwam met de gemeentelijke rapportage en de bijlagen geen duidelijkheid boden. De rechtbank oordeelde dat de financiële situatie van verzoeker eerst gestabiliseerd moet worden.

Op grond van artikel 285 lid 1 sub a en Pro f van de Faillissementswet verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. Ten overvloede merkte de rechtbank op dat bij ontvankelijkheid het verzoek alsnog zou zijn afgewezen vanwege de gebrekkige onderbouwing.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gespecificeerde schuldenlijst en ontbreken minnelijk aanbod.

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
Rekestnummer : 245885/FT-RK 12.694
Niet- ontvankelijkverklaring
In de zaak van:
[verzoeker]
[woonplaats]
is op 11 april 2012 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 juncto Pro 285 Faillissementswet (Fw).
Ingevolge artikel 285 lid 1 sub a Fw Pro, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage te worden opgenomen een staat van baten en schulden in de zin van artikel 96 Fw Pro.
De rechtbank heeft geconstateerd dat er tussen verzoeker en zijn partner [X] geen sprake is van een gemeenschap van goederen. Hieruit volgt dat zij ieder over een individuele schuldenlast beschikken. Het ingediende verzoekschrift bevat echter slechts één gezamenlijke schuldenlijst. Op het verzoek om uitsplitsing van de schuldenlijst heeft noch verzoeker, noch de kredietbank adequaat gereageerd. Verzoeker heeft de rechtbank weliswaar voorzien van een aanvullende stapel rekeningen en aanmaningen, hieruit kan de rechtbank echter onmogelijk destilleren voor welke schulden verzoeker daadwerkelijk kan worden aangesproken.
Ingevolge artikel 285 lid 1 sub f Fw Pro, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage, te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestaat om te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling. In de bij bovengenoemd verzoekschrift gevoegde verklaring wordt door de kredietbank echter volstaan met de mededeling dat het minnelijke traject niet is gestart omdat hiervoor geen draagkracht zou zijn. De rechtbank merkt op dat zonder een verklaring dat de schuldenaar tevergeefs pogingen heeft ondernomen om met zijn schuldeisers tot een minnelijk vergelijk te komen de schuldsaneringsregeling niet van toepassing kan worden verklaard (kamerstukken II, vergaderjaar 1997/1998, 25672 nr 3).
De rechtbank stelt vast dat voorafgaand aan het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling geen deugdelijke poging is ondernomen om te komen tot een buitenrechtelijke schuldregeling. Verzoeker dient eerst de mogelijkheid van een minnelijk traject te onderzoeken voordat hij gebruik kan maken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat de financiële situatie volgens de kredietbank niet stabiel is te krijgen doet daar niet aan af. De rechtbank merkt nog op dat in het belang van verzoeker is zijn financiële situatie te stabiliseren alvorens hij een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling indient. Het succesvol doorlopen van een wettelijke schuldsaneringsregeling is immers alleen mogelijk wanneer er sprake is van een stabiele financiële situatie. De rechtbank verklaart verzoeker derhalve niet ontvankelijk op grond van artikel 285 lid 1 sub a en Pro f Fw.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat indien verzoeker wel ontvankelijk zou zijn geweest in zijn verzoek de rechtbank gronden aanwezig acht zijn verzoek af te wijzen. De rechtbank heeft geconstateerd dat de schuldenlijst niet (volledig) overeenstemt met het verhaal in de rapportage van de gemeente. Volgens de rapportage zou er sprake zijn van een schuld van circa € 13.000, - aan de fiscus, terwijl de schuldenlijst slechts melding maakt van een schuld van € 204, -. De aangeleverde bijlagen ondersteunen overigens geen van beide schuldbedragen. Deze onzekerheid gecombineerd met de niet adequaat uitgesplitste schuldenlijst maakt het voor de rechtbank vrijwel onmogelijk het onderhavige verzoekschrift te toetsten op de wettelijke vereisten.
Beschikkende
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Gewezen door mr. P.P.M. van der Burgt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2012 in tegenwoordigheid van de griffier .