ECLI:NL:RBSHE:2012:BX4800
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Werkstraf voor meineed en niet verschijnen als getuige ondanks oproeping
Verdachte werd vervolgd wegens meineed en het opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichting om als getuige te verschijnen in een strafzaak tegen een medeverdachte. Op 2 maart 2012 verklaarde verdachte onder ede valselijk dat hij de medeverdachte niet kende en dat deze nooit in zijn woning was geweest. Daarnaast verscheen verdachte niet op de terechtzitting van 16 maart 2012, ondanks een geldige oproeping.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet strafbaar was voor het onderdeel over de vaste telefoonaansluiting, omdat hij hierover deels was teruggekomen en onvoldoende bewijs bestond dat hij dit opzettelijk vals had verklaard. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte meineed pleegde door valselijk te verklaren de medeverdachte niet te kennen en dat hij opzettelijk niet verscheen als getuige, ondanks kennis van de oproeping.
De verdediging voerde aan dat de officier van justitie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens het zelden vervolgen van dit strafbare feit, maar de rechtbank verwierp dit verweer op grond van het opportuniteitsbeginsel. Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, maar ook met de verstandelijke beperking van verdachte en diens persoonlijke omstandigheden. Daarom werd een werkstraf van 240 uur opgelegd, met een subsidiaire hechtenis van 120 dagen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis voor meineed en het niet verschijnen als getuige.