ECLI:NL:RBSHE:2012:BX4872

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
10 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/472
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 575 SvArt. 24b Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onredelijkheid incasso deurwaarderskosten bij geringe restbetaling boete

De veroordeelde was bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een geldboete van €250,-, te betalen in twee termijnen. De boete werd ter incasso overgedragen aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). Na het niet tijdig voldoen van de boete en wettelijke verhogingen, vaardigde de officier van justitie een dwangbevel uit voor het resterende bedrag van €22,38 plus deurwaarderskosten.

De veroordeelde maakte bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van dit dwangbevel. De rechtbank nam kennis van het bezwaar en het commentaar van de officier van justitie, die het verzet ongegrond wilde verklaren. De rechtbank oordeelde echter dat het verzet tijdig was ingediend en dat de incassomethode onredelijk was.

De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde het geringe restantbedrag kort na kennisgeving had voldaan, maar dat de deurwaarderskosten al waren gemaakt. Gezien het lage inkomen van de veroordeelde en de hoge kosten van incasso via deurwaarder, was het volgens de rechtbank onredelijk dat het CJIB niet enkele dagen had gewacht om het bedrag zonder extra kosten te innen.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond en wees de incasso van deurwaarderskosten af.

Uitkomst: Verzet gegrond verklaard wegens onredelijkheid incasso deurwaarderskosten bij geringe restbetaling boete.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Beschikking ex artikel575Sv.
Kenmerk 12/472
Cjibnr. 402711346
Deze beschikking betreft het op 20 februari 2012 ter griffie van bovengenoemde rechtbank ingekomen bezwaarschrift in de zaak met bovenvermeld kenmerk, ingediend door:
[veroordeelde]
geboren te [geboorteplaats] op [1972],
wonende te [woonplaats], [adres].
Inleiding
De veroordeelde is bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter d.d. 26 juli 2010 veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, te betalen in twee termijnen van € 125,-.
Het vonnis is ter executie overgedragen aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden.
Het verzet is gericht tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel van de officier van justitie te Leeuwarden.
Het dwangbevel is door de officier van justitie te Leeuwarden uitgevaardigd omdat veroordeelde de bij bovengenoemd vonnis opgelegde boete en de op grond van artikel 24b van het Wetboek van Strafrecht daarop gestelde verhogingen niet tijdig heeft voldaan.
Op 19 januari 2012 is het dwangbevel uitgevaardigd.
De officier van justitie bij het CJIB te Leeuwarden heeft het bezwaarschrift van commentaar voorzien bij brief van 26 juni 2012.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die op deze zaak betrekking hebben.
Op 10 augustus 2012 is het bezwaarschrift in openbare raadkamer behandeld.
De veroordeelde is verschenen.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het verzet.
De beoordeling
Het verzet is tijdig gedaan.
Uit het dwangbevel van 19 januari 2012 blijkt dat veroordeelde een bedrag van € 295,62 (boete inclusief wettelijke verhogingen) heeft betaald en dat hij het resterende bedrag van € 22,38 nog moet betalen.
Aan veroordeelde is vervolgens op geen enkele bericht dat bij te late betaling van dit geringe restantbedrag de deurwaarder onmiddellijk zou worden ingeschakeld. Bovendien heeft veroordeelde korte tijd na de kennisgeving dat hij het genoemde restantbedrag nog moest betalen, dit restantbedrag ook voldaan, maar toen waren de deurwaarderskosten al gemaakt. Het CJIB was bekend met de hoge kosten van deze wijze van incasso en het zeer lage inkomen van veroordeelde.
Onder deze bijzondere omstandigheden is het volstrekt onredelijk om te kiezen voor deze wijze van incasso. Indien het CJIB enkele dagen had gewacht, dan had het de betaling gewoon zonder enige verdere kosten voor veroordeelde kunnen innen.
De beslissing
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.A.F. Damen, rechter, in tegenwoordigheid van L.M.E. de Roo, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 augustus 2012.