ECLI:NL:RBSHE:2012:BX5645
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende overtuiging van afsnijden scootmobiel en verkeersongeval
Op 15 augustus 2011 vond in Uden een verkeersongeval plaats waarbij een scootmobiel ten val kwam en het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep. Verdachte werd beschuldigd van roekeloos rijgedrag door het afsnijden van de scootmobiel en het veroorzaken van het ongeval, alsmede van het verlaten van de plaats van het ongeval.
De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer en een getuige die stelden dat verdachte de scootmobiel had afgesneden. Verdachte en zijn echtgenote verklaarden echter kort na het incident onafhankelijk van elkaar dat verdachte voldoende ruimte had geboden en dat het slachtoffer door een eigen stuurmanoeuvre ten val was gekomen. Er was geen technisch onderzoek of gedetailleerde situatieschets aanwezig.
De rechtbank vond het bewijs onvoldoende overtuigend om verdachte schuldig te verklaren. De verklaringen van verdachte en zijn echtgenote werden als consistent en betrouwbaar beoordeeld, terwijl de belastende verklaring van het slachtoffer pas na twee maanden en na een eerdere getuigenverklaring was afgelegd. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
De rechtbank oordeelde tevens dat de verkeersfout niet ernstig genoeg was om van schuld in de zin van de Wegenverkeerswet te spreken en dat het letsel van het slachtoffer niet zwaar genoeg was. De vrijspraak werd uitgesproken op 7 augustus 2012 door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuiging dat hij de scootmobiel heeft afgesneden en het ongeval heeft veroorzaakt.