ECLI:NL:RBSHE:2012:BX6261
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zekerheidstelling proceskosten en beëdigde vertaling in civiele procedure
In deze civiele procedure vorderen [Y] en [Z] onder meer zekerheidstelling voor proceskosten van de buitenlandse eiseressen QBE-Australië en Catlin. De rechtbank oordeelt dat, ondanks het verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk, Catlin onvoldoende heeft aangetoond dat zij naar Bermudaans recht is opgericht, waardoor zij geen vrijstelling van zekerheidstelling krijgt. De stelling dat verhaal mogelijk is op de in Nederland gevestigde eiser Petrochemical Pipeline Services B.V. faalt, omdat dit niet afdoet aan de verplichting van de buitenlandse partijen.
De rechtbank stelt de hoogte van de zekerheid vast op EUR 2.210 per partij en geeft een termijn van vier weken voor het stellen van zekerheid en het aanvaarden of weigeren daarvan. Daarnaast wordt de vordering tot het overleggen van een beëdigde vertaling van een deskundigenrapport afgewezen, omdat het Nederlandse procesrecht geen algemene verplichting hiertoe kent en dit punt in de hoofdzaak beoordeeld moet worden.
Verder worden de incidentele vorderingen tot oproeping in vrijwaring van partijen toegewezen. De beslissing omtrent de kosten van de incidenten wordt aangehouden tot de hoofdzaak. Het vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en op 29 augustus 2012 uitgesproken.
Uitkomst: QBE-Australië en Catlin moeten ieder binnen vier weken zekerheid stellen voor proceskosten van EUR 2.210; vordering tot beëdigde vertaling wordt afgewezen.