ECLI:NL:RBSHE:2012:BY3003

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
252132 - HA ZA 12-779
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 706 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling hoofdsom, rente, beslag- en proceskosten door gedaagde

De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft bij verstek uitspraak gedaan in een civiele zaak waarbij de naamloze vennootschap F. van Lanschot Bankiers B.V. eiseres was en een gedaagde zonder bekende woon- of verblijfplaats. Eiseres vorderde betaling van een hoofdsom van €1.624.036,65 vermeerderd met wettelijke rente, beslagkosten en proceskosten.

De procedure verliep zonder dat gedaagde verscheen, waarna verstek werd verleend. De rechtbank mat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ambtshalve tot twee punten van het toepasselijke liquidatietarief, met een maximum van 15% van de hoofdsom, wat neerkwam op €7.770,62 inclusief BTW. De beslagkosten werden toegewezen conform artikel 706 Rv Pro en begroot op €7.607,16.

De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van de hoofdsom, de wettelijke rente vanaf 3 januari 2011, de beslagkosten, proceskosten van €6.929,64 en de na het vonnis ontstane kosten onder voorwaarden. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.624.036,65 plus rente, beslagkosten en proceskosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 252132 / HA ZA 12-779
Vonnis van 14 november 2012
in de zaak van
de naamloze vennootschap
F. VAN LANSCHOT BANKIERS B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eiseres,
advocaat mr. J. Benavente Prieto-Lachheb te 's Hertogenbosch,
tegen
[gedaagde]
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde,
niet verschenen.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
2.1. Nu niet gesteld of voldoende aannemelijk is gemaakt dat ten behoeve van eiseres werkzaamheden zijn verricht die een hogere vergoeding rechtvaardigen dan is aanbevolen in het rapport Voor-werk II, zal de gevorderde vergoeding wegens buitengerechtelijke incassowerkzaamheden ambtshalve worden gematigd tot een bedrag gelijk aan twee punten van het toepasselijke liquidatietarief, met een maximum van 15% van de hoofdsom, zijnde € 7.770,62 (incl. BTW).
2.2. Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 1.185,16 voor verschotten en € 6.422,00 voor salaris advocaat (2 rekesten x € 3.211,00).
2.3. Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als bij de beslissing volgt worden toegewezen.
2.4. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 97,64
- overige explootkosten 0,00
- griffierecht 3.621,00
- getuigenkosten 0,00
- deskundigen 0,00
- overige kosten 0,00
- salaris advocaat 3.211,00 (1,0 punt × tarief € 3.211,00)
Totaal € 6.929,64
3. De beslissing
De rechtbank
- 3.1. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.624.036,65 (eenmiljoen zeshonderdvierentwintigduizend zesendertig euro en vijfenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over het bedrag van € 1.616.266,03 met ingang van 3 januari 2011 tot de dag van volledige betaling,
3.2. veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 7.607,16,
3.3. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 6.929,64,
3.4. veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat,
3.5. veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over de hiervoor onder 3.2., 3.3. en 3.4. genoemde bedragen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2012.