ECLI:NL:RBSHE:2012:BY5583
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie verstekvonnis wegens misbruik executiebevoegdheid in echtscheidingszaak
In deze civiele procedure verzocht de vrouw, ex-echtgenote van de man, om provisionele schorsing van de executie van een verstekvonnis dat een geldvordering van een derde betrof. De man en vrouw zijn gescheiden, maar hun ontbonden huwelijksgemeenschap was nog niet verdeeld. Het verstekvonnis betrof een vordering van een derde op de man, waarop beslag was gelegd op diens onverdeeld aandeel in het woonhuis.
De vrouw betwistte de authenticiteit van de geldleningsovereenkomsten die ten grondslag lagen aan het verstekvonnis en stelde dat het verstekvonnis een vooropgezet plan was om haar verrekeningsrechten met betrekking tot alimentatie te omzeilen. De rechtbank oordeelde dat de vrouw voldoende processueel belang had bij schorsing vanwege het onomkeerbare karakter van de executie en het dreigende nadeel.
De rechtbank vond dat de man en de derde geen zwaarder materieel belang hadden gesteld dat tegen de schorsing opwoog. De vorderingen van de vrouw waren aannemelijk genoeg om de schorsing toe te wijzen. De rechtbank schortte daarom de executie van het verstekvonnis totdat het verzet van de vrouw onherroepelijk is beslist en bepaalde dat de hoofdzaak op een nader te bepalen datum zal worden voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank schorst de executie van het verstekvonnis totdat het verzet onherroepelijk is beslist.