Verdachte, werkzaam als logistiek medewerker bij een computerbedrijf, heeft samen met anderen elektronische apparatuur en onderdelen verduisterd ter waarde van ruim 2 miljoen gulden. De rechtbank heeft hem in een eerdere strafzaak veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft de officier van justitie een ontnemingsvordering ingesteld. De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op 22.000 gulden, gebaseerd op wettige bewijsmiddelen.
De rechtbank heeft de vordering tot betaling van dit bedrag aan de Staat toegewezen en bepaald dat bij uitblijven van betaling vervangende hechtenis kan worden toegepast. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Het vonnis is uitgesproken op 11 november 1997 door een meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.