Uitspraak
verkort vonnis
1.
2.
f35.000,-- heeft verkregen uit de opbrengst van de onder l meer subsidiair bewezenverklaarde feiten.
f35.000,- (vijfendertigduizend gulden).
De toepasselijke wettelüke voorschriften
5.
150 dagen.
Rechtbank Utrecht
Verdachte en zijn mededader hebben elektronische apparatuur en onderdelen, afkomstig uit verduistering bij een computerbedrijf, voorhanden gehad en doorverkocht. De totale waarde van deze partijen bedroeg enkele honderdduizenden guldens. Door als heler op te treden, droegen zij bij aan het criminele circuit van diefstal en verduistering.
De rechtbank heeft op 11 november 1997 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op 35.000 gulden, gebaseerd op wettige bewijsmiddelen. Verdachte was reeds veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van opzetheling. De vordering tot betaling van dit bedrag aan de Staat werd toegewezen.
Verdachte voerde aan dat hij vanwege een bijstandsuitkering niet in staat was te betalen, maar dit verweer werd verworpen. De rechtbank achtte het aannemelijk dat verdachte wel over voldoende vermogensbestanddelen beschikt of zal beschikken. De vordering boven het genoemde bedrag werd afgewezen.
De rechtbank bepaalde dat bij niet-betaling vervangende hechtenis van 150 dagen zal worden toegepast. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter het vonnis niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van 35.000 gulden aan de Staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel.