ECLI:NL:RBUTR:1998:AA3562
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Ebbens
- B.J.L. de Leeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens strijd met gelijkheidsbeginsel bij 5%-melding loonsomwijziging
Eiseres, een onderneming gevestigd te Amersfoort, kreeg een boete opgelegd door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) wegens het niet tijdig melden van een loonsomwijziging in 1995 die meer dan 5% en ten minste f 5.000,- hoger was dan het loonbedrag waarop de voorschotnota was gebaseerd. Dit werd als een tweede verzuim aangemerkt, maar zonder opzet of grove schuld. Verweerder matigde de boete later gedeeltelijk, maar handhaafde het verzuim.
Eiseres stelde dat zij met het tijdig indienen van de jaaropgave had voldaan aan haar meldingsplicht en dat er sprake was van een eerste verzuim, omdat zij niet op de hoogte was van het eerste verzuim toen het tweede verzuim plaatsvond. Tevens voerde zij het gelijkheidsbeginsel aan, omdat in een vergelijkbaar geval in 1996 het boetebeleid verruimd was en geen boete werd opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het boetebeleid voor 1995 en 1996 hetzelfde was volgens het Besluit Administratieve Boeten, maar dat verweerder het beleid in 1996 verruimde zonder motivering en zonder dit voor 1995 toe te passen. Dit leidde tot ongelijke behandeling. Gezien het ontbreken van een motivering voor deze ongelijke toepassing en het feit dat verweerder dit verruimde beleid pas in 1998 bekendmaakte, oordeelde de rechtbank dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de hoogte van de boete niet-ontvankelijk wegens het vervallen van het procesbelang, maar vernietigde de bestreden besluiten wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de boete is niet-ontvankelijk; de boete en het verzuim over 1995 worden vernietigd wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel.