Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBUTR:1999:3

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
10 februari 1999
Publicatiedatum
17 april 2020
Zaaknummer
3861/HA ZA 89-3930
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1403 oud BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor ernstige overtreding met blessure in betaald voetbal

In deze letselschadezaak beoordeelde de rechtbank Utrecht een incident tijdens een betaald voetbalwedstrijd in 1987 waarbij gedaagde een zeer ernstige overtreding beging door met gestrekt been en volle snelheid op eiser in te glijden zonder de bal te spelen. De deskundigen concludeerden dat deze actie opzettelijk was gericht op het raken van eiser en abnormaal gevaarlijk was binnen de professionele voetbalsport.

De rechtbank volgde het deskundigenrapport en verwierp de bezwaren van gedaagden, die onder meer stelden dat de overtreding minder ernstig was en dat de scheidsrechter geen overtreding had vastgesteld. De deskundigen stelden dat een rode kaart en een maximale tuchtrechtelijke straf van acht wedstrijden passend waren geweest.

De rechtbank stelde vast dat gedaagde en de stichting aansprakelijk zijn voor de door eiser geleden schade op grond van onrechtmatige daad (artikel 1403 oud Pro BW). Gedaagden werden veroordeeld tot betaling van de schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 november 1989, en tot vergoeding van de proceskosten, waaronder de kosten van de deskundigen.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is uitgesproken op 10 februari 1999 door mr. M.J. Smit.

Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de door eiser geleden schade en proceskosten.

Uitspraak

Zaaknr./rolnr. 3861/HA ZA 89-3930 AW10 februari 1999
Vonnis van de arrondissementsrechtbank te
1
Utrecht, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats] , ook te noemen: [eiser] , e i s e r ,
procureur: mr. H.C.E. de
Vries,
advocaat: mr. W.H.B.K. Brunet de Rochebrune te Nijmegen,
- t e g e n -
de stichting
1.
[gedaagde sub 1]
[gedaagde sub 1],
zetelend te [vestigingsplaats] ,
ook te noemen: de Stichting,
2.
[gedaagde sub 2] ,
wonende te [woonplaats] , ook te noemen: [gedaagde sub 2] ,
g e d a a g d e n,
procureur: mr. E.J.A. Vilé.
Dit vonnis is een vervolg op het vonnis dat in deze zaak laatstelijk op 27 augustus 1997 is uitgesproken alsmede op de beslissing van 29 oktober 1997. De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit de volgende processuele gebeurtenissen:
akte van depot ter griffie op 9 april 1998 (aktenummer 121/98) van een deskundigenrapport van
C.I.M.Molenaar, L. van der Kroft en J. Mulder; conclusie na deskundigenbericht van 3 juni 1998 van [eiser] ;
conclusie na deskundigenbericht van 23 september 1998 van gedaagden.
1. 2
Vervolgens hebben partijen wederom de stukken aan de rechtbank overgelegd en vonnis gevraagd.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1
De deskundigen hebben de door de rechtbank in het vonnis van 27 augustus 1997 in punt 2.2 gestelde vragen in het rapport beantwoord. Uit het rapport blijkt dat de deskundigen als uitgangspunt voor hun bericht hebben genomen het volledige procesdossier in deze zaak alsmede de videoband met daarop uitvoerig en in vertraagde vorm weergegeven het incident tijdens de wedstrijd [wedstrijd] van [1987] . De rechtbank merkt op, in aansluiting op hetgeen zij in
2.7 van de beslissing van 29 oktober 1997 heeft overwogen, dat zij haar oordeel zal baseren op het deskundigenbericht en geen termen aanwezig acht, mede gelet op de verantwoording die de deskundigen van hun onderzoek hebben gegeven, om (een) andere deskundige(n) te benoemen. In zoverre zal het verweer van gedaagden dan ook niet worden gehonoreerd.