ECLI:NL:RBUTR:1999:AA1045
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- H.J. Schepen
- Rechtspraak.nl
Zorgkantoor aansprakelijk voor niet tijdig verlenen van thuiszorg krachtens AWBZ
Eiseressen, verzekerden op grond van de AWBZ, vorderen in kort geding dat het Zorgkantoor wordt veroordeeld om binnen een week maatregelen te treffen waardoor de thuiszorginstellingen de aan hen geïndiceerde zorg daadwerkelijk kunnen verlenen. De eis is gebaseerd op het niet tijdig verlenen van thuiszorg ondanks positieve indicaties van het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO).
Het Zorgkantoor voert verweer dat het niet aansprakelijk is omdat het budget ontoereikend is en dat de wachtlijsten het gevolg zijn van een kloof tussen vraag en aanbod, waarvoor de Staat verantwoordelijk is. Ook stelt het Zorgkantoor dat eiseressen niet het juiste adres hebben gekozen en dat voorrang voor hen onverantwoord zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de aanspraak op thuiszorg een resultaatsverbintenis is en dat het Zorgkantoor, als zorgverzekeraar, gehouden is de zorg daadwerkelijk te realiseren. Het enkele sluiten van contracten met thuiszorginstellingen is onvoldoende. Indien het budget ontoereikend is, kan het Zorgkantoor zich daarop niet beroepen jegens verzekerden. Het Zorgkantoor handelt onrechtmatig door niet tijdig zorg te verlenen.
De rechtbank veroordeelt het Zorgkantoor om binnen een week de nodige maatregelen te treffen, onder verbeurte van een dwangsom van fl. 100,-- per dag per eiseres. De dwangsom is vatbaar voor matiging. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het Zorgkantoor wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Zorgkantoor wordt veroordeeld binnen een week maatregelen te treffen zodat thuiszorginstellingen de geïndiceerde zorg aan eiseressen kunnen verlenen, met een dwangsom bij niet-naleving.