ECLI:NL:RBUTR:1999:AA3827
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- H.J. Schepen
- Rechtspraak.nl
Behandelingsovereenkomst en overplaatsing patiënt bij medisch zinloos handelen ziekenhuis
De zaak betreft een kort geding aangespannen door Regina A-B en Sophie A tegen een ziekenhuis in Utrecht over de behandeling en overplaatsing van hun vader, de heer A, die opgenomen was na een darmoperatie met complicaties en langdurig IC-verblijf.
Eiseressen stelden dat het ziekenhuis de heer A binnen 24 uur naar een ander ziekenhuis moest overplaatsen, de behandeling overeenkomstig de overeenkomst moest voortzetten, geen medische informatie aan derden mocht verstrekken behalve aan hen, en de privacycode moest herstellen. Het ziekenhuis verweerde zich onder meer met het ontbreken van een gedateerde machtiging en het medisch niet zinvol zijn van bepaalde behandelingen.
De rechtbank oordeelde dat de machtiging van de dochter S. A voldoende was en dat het ziekenhuis deze niet kon terugdraaien. Medisch zinloze behandelingen, zoals hernieuwde IC-opname, hoeven niet te worden uitgevoerd. Het ziekenhuis moet meewerken aan overplaatsing zodra een ander ziekenhuis bereid is, maar is niet verplicht tot medisch zinloze handelingen. Het verstrekken van medische informatie mag alleen met toestemming van de patiënt of diens gemachtigde.
De rechtbank verbood het ziekenhuis medische informatie zonder toestemming van S. A te verstrekken en beval overleg en medewerking aan overplaatsing. De privacycode hoefde niet te worden hersteld omdat opname inmiddels bekend was. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het ziekenhuis moet de behandelingsovereenkomst nakomen tot overplaatsing, mag geen medische informatie zonder toestemming verstrekken en hoeft geen medisch zinloze behandeling uit te voeren.