ECLI:NL:RBUTR:1999:AF0441
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.J.G.N.M. Willard
- H.G. Ruijs
- W.W. de Nijs Bik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw toescheiding schulden
Verzoeker is sinds 1992 vennoot in een vennootschap onder firma, die in 1998 werd ontbonden. Bij de verdeling van het huwelijks- en vennootschappelijk vermogen na scheiding en ontbinding heeft verzoeker alle schulden aan zich laten toescheiden. De schuldenlast bedraagt ruim 629.000 gulden, grotendeels ontstaan vóór de ontbinding.
De rechtbank constateert dat verzoeker geen aannemelijke reden heeft gegeven voor deze eenzijdige toescheiding van schulden en concludeert dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest zoals bedoeld in artikel 288 lid 2 sub b Faillissementswet Pro. De situatie duidt op een poging de schuldenlast te verzwaren ten koste van de ex-echtgenote en de voormalige vennoot.
Op grond van deze bevindingen weigert de rechtbank toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verzoek wordt derhalve afgewezen en de schuldenaar blijft aansprakelijk voor de volledige schuldenlast.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw toescheiding van schulden.