ECLI:NL:RBUTR:1999:AF0495

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
26 oktober 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
FT-RK 99.737
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • W.W. de Nijs Bik
  • H.G. Ruijs
  • G.C. van Kekem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens eerdere faillissementsgedragingen

Verzoeker X heeft op 19 oktober 1999 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank Utrecht behandelde dit verzoek op 26 oktober 1999. Uit de faillissementsgegevens blijkt dat verzoeker op 7 juni 1995 failliet is verklaard en het faillissement op 8 juli 1998 is opgeheven.

Tijdens het faillissement heeft verzoeker onvoldoende bijgedragen aan de boedel en zonder toestemming van de curator betaalde werkzaamheden verricht zonder opbrengsten af te dragen. Deze gedragingen vormen een grond voor afwijzing van het verzoek op basis van artikel 288 van Pro het Faillissementswet.

De rechtbank concludeert dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling moet worden afgewezen vanwege de gegronde vrees dat verzoeker zijn schuldeisers zal benadelen. De afwijzing is gebaseerd op de feiten en de wettelijke bepalingen omtrent faillissement en schuldsanering.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens eerdere benadeling van de boedel tijdens faillissement.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Utrecht,
Meervoudige kamer
X.
wonende P.
verzoeker,
heeft op 19 oktober 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 26 oktober 1999.
Verzoeker is verschenen, vergezeld van zijn echtgenote.
In artikel 288 Fw Pro. is in lid 1 sub b bepaald dat een het verzoek dient te worden afgewezen indien er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar zijn schuldeisers zal benadelen en is in lid 2 sub a bepaald dat het verzoek kan worden afgewezen, indien minder dan tien jaren voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, de schuldenaar ingevolge een bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak in staat van faillissement heeft verkeerd.
De heer X. is op 7 juni 1995, na surséance van betaling, failliet verklaard. Het faillissement is op 8 juli 1998 opgeheven wegens de toestand van de boedel.
In het faillissement - zo blijkt uit de openbare verslagen van de curator - heeft de schuldenaar zelf onvoldoende bijdrage ten gunste van de boedel geleverd.
Bovendien - zo blijkt uit die openbare verslagen - heeft de schuldenaar, zonder toestemming van de curator, betaalde werkzaamheden verricht zonder dat hij de opbrengst daarvan ten gunste van de boedel heeft afgedragen.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van voornoemde gronden moet worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af;
Gewezen door mrs. W.W. de Nijs Bik, voorzitter, H.G. Ruijs en G.C. van Kekem, leden van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 oktober 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.