Uitspraak
2.OVERWEGINGEN
tlm1997. ( ... )"
3.BESLISSING.
H.J.H. van Meegen, lid van de enkelvoudige kamer, en in het
M.l.Konert)
Rechtbank Utrecht
Rabofacet B.V. maakte bezwaar tegen administratieve boetes van 25% over ambtshalve vastgestelde premies werknemersverzekeringen voor de jaren 1994 tot en met 1997, opgelegd door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). Deze boetes waren opgelegd vanwege het niet afdragen van premies voor freelancers die Rabofacet had aangemerkt als niet-verzekeringsplichtig.
De rechtbank oordeelt dat Rabofacet niet met opzet of grove schuld heeft gehandeld. Hoewel achteraf bleek dat sommige freelancers wel verzekeringsplichtig waren, had Rabofacet interne richtlijnen om dit te beoordelen en heeft zij niet willens en wetens een verzuim gepleegd. Verweerder had onvoldoende bewijs geleverd voor opzet of grove schuld.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het de boetes betreft die verband houden met de verzekeringsplicht van freelancers in de genoemde periode. Tevens wordt Rabofacet het betaalde griffierecht vergoed en worden de proceskosten van Rabofacet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boetes wegens verzekeringsplicht freelancers worden vernietigd.