ECLI:NL:RBUTR:2000:AA4864
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Meurs
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslagname
Eiseres was sinds 1 november 1993 in dienst als schoonmaakster en werkte geleidelijk minder uren door ontslagen en aangepaste contracten. Per 1 november 1996 beëindigde zij haar werkzaamheden voor 10 uur per week en meldde zich ziek. Verweerder kende haar een WW-uitkering toe voor 8,75 uur, maar weigerde de uitkering voor 10 uur per week blijvend omdat eiseres verwijtbaar werkloos werd geacht door ontslagname zonder geldige reden.
Eiseres stelde dat zij vanwege medische klachten ontslag had genomen en dat zij de Nederlandse taal niet machtig was, wat communicatieproblemen veroorzaakte. Medische onderzoeken toonden echter geen objectieve belemmeringen die het werk onmogelijk maakten. De werkgever verklaarde dat eiseres zonder reden van de ene op de andere dag was gestopt met werken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij zich ziek had gemeld bij de werkgever en dat het dienstverband was geëindigd zonder dat voortzetting redelijkerwijs niet van haar kon worden gevergd. De bezwaren over taal en onbekendheid met procedures konden de verwijtbaarheid niet verminderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt blijvend geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.