ECLI:NL:RBUTR:2000:AA4907
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.M. van Laar
- A.A.H. Schifferstein
- P.K. Nihot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en ontvankelijkheid bij geschil over eigendom schoolgebouw na buitengebruikstelling
Het geschil betreft de vraag vanaf welk moment de eigendom van een schoolgebouw, dat niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt, overgaat van het schoolbestuur naar de gemeente Utrecht. Het schoolbestuur verliet het gebouw in 1990 en verkocht het in 1993 aan de gemeente. Eiser verzocht verweerder (gedeputeerde staten) op grond van artikel 84 WBO Pro een beslissing te nemen over de buitengebruikstelling en eigendomsoverdracht.
Verweerder besloot in 1997 dat het schoolbestuur vanaf 3 september 1990 was gestopt met het gebruik van het gebouw voor onderwijs, maar dat dit geen eigendomsoverdracht tot gevolg had omdat het een oude eigendomsschool betrof onder de Overgangswet WBO. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Utrecht.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder een primair besluit is en geen besluit in administratief beroep, waardoor eerst een bezwaarschriftprocedure moet worden gevolgd. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Tevens wees de rechtbank erop dat verweerder bij heroverweging moet beoordelen of artikel 84 WBO Pro de juiste grondslag is, dan wel het Besluit inzake oude eigendomsscholen. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser en het schoolbestuur.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van gedeputeerde staten wordt niet-ontvankelijk verklaard en als bezwaarschrift doorgezonden.