ECLI:NL:RBUTR:2000:AA5390
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G.Th. Engelberts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woonlasten tijdens detentie bevestigd
Eiser, die sinds 1991 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de vaste woonlasten van zijn woning gedurende zijn detentieperiode. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 9 Abw Pro, dat bijstand uitsluit voor personen die hun vrijheid zijn ontnomen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat er zeer dringende redenen waren vanwege schulden en een onvoorziene financiële noodsituatie.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 11 Abw Pro, aangezien eiser al geruime tijd wist van zijn detentie en er geen acute noodsituatie bestond. De omstandigheden waren niet zodanig dat bijstand onvermijdelijk was. Verweerder handhaafde daarom het besluit van afwijzing.
Het beroep werd door de rechtbank ongegrond verklaard, waarmee het bestreden besluit in stand bleef. De rechtbank zag geen aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor woonlasten tijdens detentie wordt ongegrond verklaard.