ECLI:NL:RBUTR:2000:AA7651
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Geschil over opzegging en gebruik driving range tussen exploitant en golfprofessional
Driving Range B.V. exploiteert een driving range en had mondelinge overeenkomsten met teaching pro's, waaronder de gedaagde, voor gebruik van faciliteiten tegen een vergoeding. Na overname van de exploitatie heeft Driving Range de vergoeding verhoogd, wat leidde tot een conflict met de gedaagde.
Driving Range stelde dat de gedaagde de overeenkomst op 11 april 2000 had opgezegd, wat deze betwistte. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende duidelijk was dat de gedaagde onvoorwaardelijk had opgezegd en dat de overeenkomst geen huurovereenkomst was, maar een onbenoemde overeenkomst die opzegbaar is met inachtneming van een redelijke termijn.
De rechtbank stelde vast dat de opzegtermijn van minimaal twee tot drie maanden was verstreken en dat de overeenkomst als beëindigd moest worden beschouwd. De vorderingen van Driving Range om de gedaagde te verbieden de driving range te betreden werden afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat een dergelijk verbod gerechtvaardigd was.
Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten. De gedaagde mocht de driving range niet langer gebruiken, maar een algeheel verbod tot betreden werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Driving Range en de gedaagde af en veroordeelt beide partijen in de proceskosten.