ECLI:NL:RBUTR:2000:AA7927
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bepaling eerste werkloosheidsdag en recht op WW-uitkering bij oproepkracht
Eiseres, werkzaam als oproepkracht, verrichtte sinds 1 februari 1997 geen werkzaamheden meer omdat haar werkgever haar niet opriep. De arbeidsovereenkomst werd formeel beëindigd per 23 januari 1998 na toestemming van de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening. Verweerder stelde dat de eerste werkloosheidsdag 26 januari 1998 was, aansluitend op de aanvraag van de WW-uitkering.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 16 van Pro de WW de eerste werkloosheidsdag niet hoeft samen te vallen met het einde van de dienstbetrekking. Omdat eiseres vanaf februari 1997 geen arbeid meer verrichtte en haar werkgever niet verplicht was haar op te roepen, was zij vanaf dat moment relevant arbeidsurenverlies en verloor zij het recht op onverminderde loonbetaling.
Daarnaast concludeert de rechtbank dat eiseres vanaf 1 februari 1997 beschikbaar was voor arbeid, gelet op haar pogingen om weer aan het werk te gaan en haar inschrijving bij het arbeidsbureau. Verweerder heeft ten onrechte de eerste werkloosheidsdag vastgesteld op 26 januari 1998. Het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.