ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8063
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Sijbrandij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugplaatsing en wijziging bezoekregeling minderjarige bij grootmoeder
De grootmoeder verzocht de kinderrechter om terugplaatsing van haar kleinkind bij haar thuis en wijziging van de bezoekregeling. De ouders steunden deze verzoeken. Het kind was sinds 1997 in pleegzorg geplaatst, aanvankelijk bij de grootmoeder, maar na een crisis in 1999 elders. De gezinsvoogdij-instelling en een kinderpsychiater stelden dat terugplaatsing schadelijk zou zijn vanwege traumatische ervaringen en vermoedens van mishandeling en seksueel misbruik binnen het gezin van de grootmoeder.
De kinderrechter oordeelde dat de grootmoeder ontvankelijk was in het verzoek tot terugplaatsing op grond van het recht op gezinsleven (art. 8 EVRM Pro), maar niet in de verzoeken tot wijziging van de bezoekregeling, benoeming van een deskundige of vervanging van de gezinsvoogdij-instelling vanwege wettelijke beperkingen. De verzoeken tot terugplaatsing en beëindiging van de uithuisplaatsing werden afgewezen omdat het belang van het kind zich tegen terugplaatsing keerde.
Ook het verzoek van de ouders tot benoeming van een deskundige en vervanging van de gezinsvoogdij-instelling werd afgewezen omdat de verhouding niet zodanig verstoord was dat vervanging noodzakelijk was. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2000.
Uitkomst: Verzoek tot terugplaatsing en wijziging bezoekregeling van het kind bij de grootmoeder wordt afgewezen wegens het belang van het kind.